Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

De hinkende pelgrim. Leven en werk van Josef Čapek.

In de Ledenbrief van januari 1994 schonk ik aandacht aan de bekende Tsjechische schrijver Karel Čapek. Hierin vermelde ik al zijn samenwerking met zijn broer Josef (1887-1945) een veelzijdig kunstenaar: schilder, graficus, schrijver, feuilletonist, criticus en redacteur van verschillende tijdschriften. Hij werd in Hronov geboren en als zovele andere Tsjechische intellectuelen liet hij het leven als slachtoffer van het nazi-regime: Josef Čapek stierf in april 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Ten onrechte is hij altijd te veel in de schaduw van zijn bekende broer gebleven.

Al in 1921 hadden de gebroeders Čapek in hun allegorisch drama "AZe života hmyzu" (Uit het leven der insecten) de ontaarding van de moderne maatschappij aan de kaak gesteld en zich verzet tegen zielloze technificatie, collectivisme, klassenhaat en totalitaire regimes. Het is een kapitalist, die de kazernestad Hubertstown aan anderen ten voorbeeld stelt: "De arbeider moet een machine worden, die loopt en anders niet. Iedere gedachte is een aantasting van de discipline". Deze kritiek klinkt opnieuw door in Karel Čapeks bekende antiútopie "RUR" (Rossums Universele Robots) over een wereld van robots (de term is afkomstig van Čapeks!) waarvan er echter twee in opstand komen omdat zij menselijke gevoelens koesteren.

Levensloop
De vader van Josef was districtarts in het Reuzengebergte (Krkonoše) en hij nam Josef vaak mee naar de bergtoppen, waar de later kunstenaar de sociale ellende van de arme textielarbeiders van dichtbij meemaakte. Ook Josef leerde het handwerk in een Textielschool in Vrchlabí. De beide broers hadden het voorrecht in een kunstzinnige familie op te groeien: De vader schilderde en dichtte, de moeder verzamelde volkskunst en de grootmoeder leerde hun volksliederen, sprookjes en spreuken.

Op achttienjarige leeftijd kwam Josef Čapek naar Praag om aan de kunstnijverheidsschool te gaan studeren. Hier maakte hij op tentoonstellingen kennis met het werk van moderne kunstnaars als Van Gogh, Edvard Munch, Cézanne, Derain, Braque en Matisse. Een studiejaar in Parijs (1910) liet hem kennismaken met de primitieve Afrikaanse kunst, de "fauves" en kubisten en op een reis in Spanje met El Greco en Goya. Voor Josef had de moderne kunst evenals de middeleeuwse religieuze kunst ook betekenis als uitdrukking van de menselijke problematiek, m.n. de verhouding van het individu tot samenleving, de zin van het mensenlijk bestaan en de vergankelijkheid van het leven. Josef Čapek was één van de oprichters van de "Skupina výtvarných umělců" (Groep van beeldende kunstenaars) die de moderne stromingen in de kunst propageerde. Van het begin werkte hij nauw samen met zijn populaire broer Karel. Zijn eerste zelfstandige boek was de essay-bundel "Nejskromnější umění" (De bescheidenste kunst, 1920) gewijd aan de naieve kunst. Zijn veelzijdigheid spreekt ook uit een ander werk "Umění přírodních národů" (De kunst der natuurvolken, 1938).

Strijdbare kunst
Het zijn vaak eenvoudige, alledaagse motieven die zijn sterk door Cézanne en de kubisten beinvloed werk beheersen: een moeder met kinderen, stilleven, landschappen. Maar naarmate de dreiging van Hitler-Duitsland toeneemt, krijgt Josefs werk een strijdbaarder karakter, evenals dat van zijn broer Karel, die zijn pacifistische standpunt verlaat. Politiek karikaturen en anti-oorlogstekeningen zijn het wapen waarmee Josef de geest van zijn tijd te lijf gaat. Hij protesteert tegen het opkomende nazisme (dat bij de Sudeten-Duitsers veel aanhang vindt) in zijn serie "De laarzen van de dictator" en tegen het onrecht van München in de cyclus "Vuur". Geen wonder, dat de nazi's hem na de Duitse inval arresteren en hij achtereenvolgens in Dachau, Buchenwald, Sachsenhausen en Bergen-Belsen terechtkomt. Zijn 58ste verjaardag zou hij niet meer beleven. Ook onder de moeilijkste omstandigheden bleef hij werken, getuige zijn "Básně z koncentračního tábora" (Gedichten uit het concentratiekamp). Josef heeft niet alleen werk van zijn broer geillustreerd maar ook zelfs prozawerk geschreven. De waardering voor zijn veelzijdige oeuvre als illustrator en schrijver blijkt uit de toekenning van de Tsjechoslowaakse staatsprijs in 1930.

Josef Čapek en Comenius
In zijn prachtige en onlangs ook in het Nederlandse vertaalde werk "Magisch Praag" wijs de slavist prof. A.M. Ripillino op de betekenis van Josef Čapeks metafysische beschouwingen in zijn "Kulhavý poutník" (De hinkende pelgrim) uit 1936. Hierin knoopt hij aan bij de zwerver uit Comenius' "Labyrint světa a ráj srdce" (Het labyrint der wereld en het paradijs van het hart), waaruit zijn diepgaande belangstelling voor filosofische en religieuze vragen blijkt. De "Hinkende pelgrim" wordt gekweld door een verlamd been, zodat hij zich maar langzaam kan voortbewegen en af en toe halt houdt, om dan ook de rust te vinden over allerlei levensvragen na te denken, waarvoor de gejaagde moderne mens zich geen tijd gunt. De zwerver beweegt zich op zijn weg tussen geboorte en dood, "van het ene onzekere oord naar een nog onzekerder oord ... van het ene niets naar het andere ...". De verwantschap tussen Comenius "Labyrint" en het boek van Čapek blijkt ook uit een uitspraak als deze: "De grootste avonturen zijn die van de innerlijke wereld" en ook deze: "De harmonie tussen gevoelens en gedachten, de bevleugelde verzoening tussen de smarten en vreugden van het leven, de dankbaarheid tegenover het zijn en in het bijzonder het verzet tegen het niets". De weg naar het innerlijk, naar het geestelijk leven betekend voor Čapek echter niet de negatie van de vreugden en de schoonheid der wereld. Het leven is voor hem geen nederlaag in de zin van een Schopenhouweriaans pessimisme maar een "groot en onverwachts geschenk". Zelfs in het concentratiekamp bezint Josef Čapek zich nog op de essentiële dingen van het leven en schrijft hij zijn gedachten neer in een aantal aforisma.

De merkwaardige pelgrim van Josef Čapek herinnerde mij aan de wonderlijke figuur van "de betoverde pelgrim" van de Russische schrijver Leskov en ook aan Gorki's "bosjaki", de barrevoeters, die door het eindeloze Russische land zweren en uiteraard ook aan de Tsjech Jaroslav Hašek die niet in staat was zich aan een plaats of beroep te hechten. Dergelijke vaganten vormen de absolute tegenstelling van de dictators, die van de maatschappij een volledig beheerste, gereglementeerde, gedisciplineerde mierenhoop willen maken. Tegen hen richt zich het verzet en de woede van de Čapeks, van Karel en Josef, die met hun werk een blijvend monument in de Tsjechische kunst en literatuur hebben opgericht.


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl