Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

TSJECHISCHE PORTRETTEN (XVII)

Jan Neruda de chroniqueur van het Praagse leven

In de 19de eeuw beleefde de Tsjechische cultuur een opmerkelijke renaissance, die tenslotte een eind zou maken aan de overheersende Duitse invloed. Een belangrijke stimulans tot deze nationale wedergeboorte gaf de Duitse denker Johann Gottfried Herder, die de betekenis van de volkscultuur beklemtoonde en hierdoor bijdroeg tot de herleving van de Slavische culturen in de Donaumonarchie. Een centrale figuur in de Tsjechische culturele renaissance was Josef Dobrovksý (1753-1829), schrijver van "Geschichte der böhmischen Sprache und Literatur" (1792). Hij maakte de Tsjechen weer bewust van hun culturele identiteit Adie na de slag op de Witte Berg (1620) voortdurend door germanisering werd bedreigd. Ofschoon Dobrovksý in het Duits en Latijns schreef, legde hij toch de grondslag voor de Slavische literatuurwetenschap. Bovendien beklemtoonde hij de gelijkwaardigheid van de taal der Tsjechen met die van andere talen. Met zijn bekende gedicht "Máj" heeft Karel Hynek Mácha het cultureel bewustzijn van de Tsjechen sterk gestimuleerd, ook al verkondigde Mácha geen nationale idealen. Hetzelfde kan gezegd worden van de journalist Jan Neruda.

Levensloop
Jan Neruda werd in 1834 in Praag in de Malá Strana als zoon van een oorlogsveteraan geboren. Zijn jeugd bracht hij door in een straat, die nu zijn naam draag. Na zijn gymnasiumtijd wilde hij opgenomen worden in het bekende klooster Strahov. Om onbekende redenen werd hij evenwel geweigerd en hij besloot toen rechten te gaan studeren aan de Karelsuniversiteit, een studie, die hij door financiële oorzaken niet kon voltooien. Sedertdien voorzag hij als journalist in zijn levensonderhoud en schreef bovendien toneel- en literaire kritieken. In 1858 verscheen van zijn hand een gedichtenbundel "Hřbitovní kvítí" (Kerkhofbloemen), die bij de conservatieve pers niet goed werd ontvangen omdat de bundel een ironische en soms zelfs cynische ondertoon had. Neruda vertaalde gedeelten uit Victor Hugo's "La Légende des sičcles". Hij schreef gevoelige verzen, gewijd aan zijn moeder "Matičce" (Aan mijn lieve moeder). In 1878 publiceerde de veelzijdige dichter, die zich aangesloten had bij de schrijversgroep "Máj", zijn "Písně kosmické" (Kosmische liederen), verband houdend met de nieuwe theorieën over het ontstaan ven het heelal. In 1883 verscheen zijn "Balady a romance" (Balladen en romancen), die gebeurtenissen uit de Tsjechische geschiedenis een actueel karakter gaven. Ook schreef Neruda voor Duitse bladen.

Proza
Het is echter vooral het proza, dat Neruda tussen 1858 en 1878 heeft geschreven, dat tot op heden de meeste aandacht kreeg. Dit geldt in het bijzonder over zijn "Povídky malostranské" (Verhalen van de Malá Strana, Duitse vertaling: "Kleinseitner Gaschichten"), dertien vertellingen over de Malá Strana, dit schilderachtige deel van Praag aan de voet van de berg waarop de Burcht verrijst. Het is een aparte stad met zijn smalle straatjes, trappen en pleintjes, met zijn oude aristocratische huizen (het Wallensteinpaleis), met zijn kleine burgers, handwerksliederen en bedelaars. De atmosfeer van dit oude stadsdeel van Praag inspireerde Rilke tot een gedicht "Auf der Kleinseite", waarvan ik deze regels citeer:

"Alte Häuser, steilgegiebelt,
Hohe Türme vol Gebimmel -
In die engen Höfe liebelt
Nur ein winzig Stückchen Himmel"
(uit de bundel "Lanenopfer").

In de bundel "Verhalen van de Kleine Zijde" komen typen voor als "meneer Ryšánek" en "meneer Schlegl. Iedere dag ontmoeten zij elkaar in hetzelfde café maar zij groeten elkaar niet en spreken nooit een woord. Oorzaak is een vrouw op wie beiden verliefd werden. Zij gaf de voorkeur aan meneer Schlegl. Een volgend verhaal heeft als hoofdfiguur een bedelaar, een bekende zwerver in het wereldje van de Kleine Zijde, die door een concurrerende bedelares in het ongeluk wordt gestort dankzij haar kwaadaardige praatjes. Dan is er de merkwaardige figuur van een arts, die nauwelijks patiënten heeft, maar opschudding veroorzaakt, wa neer hij op het kerkhof ziet, dat een "dode" slechts schijndood is. Een andere schets verhaalt hoe een oude man, die zich de rijke eigenaar waant van een verzameling edelstenen door een professor uit de droom wordt geholpen: het zijn slechts kiezelstenen. Maar voor zijn omgeving blijft de gedesillusioneerde oude man de geliefde figuur die de rol van grootvader vervult.

Neruda steekt in zijn verhalen de draak met de ambtenaren, die uit standsbewustzijn het Duits prefereren boven het "volkse" Tsjechisch.

De verhalen van Neruda werden later gebruikt bij het onderwijs in de Tsjechische taal zoals Max Brod, Franz Werfel en Franz Kafka hebben ervaren. Wat de Malá Strana was voor Neruda was de Staré Město (Oude Stad) voor Kafka. In zijn prachtige boek "Magisches Prag" schreef A.M.Ripellino over de Malá Strana (Kleinseite) het volgende: "Auf der Kleinseite regiert die Vergangenheit. In den Kleinseitner Geschichten Jan Nerudas, die um die Mitte des vergangenen Jahrhunderts spielen, war dieses Viertel mit seinen Gärten und Adelspalästen, seinen Kirchen und den schmalen, zur Burg hinaufführenden Strässchen, in deren Pfützen sich das gelbe Licht der Laternen spiegelte, ein verschlafener Provinzwinke".

De naar Neruda genoemde "Nerudova ulice" (Nerudastraat) leidt steil omhoog naar de Praagse Burcht. Het is dankzij de fraaie patriciërshuizen één van de mooiste straten van de "Gouden stad". Toen de huizen nog geen nummers hadden, droegen zij bordjes, die de naam van het huis aangeven, b.v. "U červeného orla" (De rode adelaar), "U zeleného raka" (De groene kreeft). Neruda's zorgvuldige typeringen en rake karakteriseringen, vaak met de nodige humor en ironie, zijn sterk sociaal besef, hebben vele schrijvers toto voorbeeld gediend. Niet alleen Tsjechische auteurs als Hašek en Čapek, maar ook de bekende Chileense dichter Ricardo Eliecer Neflalí Reyes Basoalto, die de naam van de Tsjech koos als zijn pseudoniem Pablo Neruda (1904-1973).

Neruda toonde zich niet alleen een bewonderaar van het werk van de eerste belangrijke en moderne Tsjechische dichter Karel Hynek Mácha, maar evenzeer van Heinrich Heine. Hij was een vruchtbaar auteur, zoals blijkt uit zijn ongeveer 2.260 feuilletons (!) die hij voor Tsjechische kranten schreef en die in vijf banden zijn gebundeld. Voorts schreef hij 8 bundels gedichten, drama's en reisschetsen uit Frankrijk, Italië, Duitsland, Egypte, Griekenland en Constantinopol. Met aandacht volgde Neruda het politieke en culturele leven van zijn tijd en wist dit op een treffende wijze te becommentariëren. Hierdoor bracht hij de Tsjechische journalistiek op een ongekend hoog niveau. Hij schreef zonder pathos en met de nodige ironie in de geest van Heine en Tsjechov. Hij heeft de Tsjechische nationale en culturele renaissance belangrijke diensten bewezen zonder ooit in chauvinisme te vervallen. Zijn kosmpolitische oriëntatie op cultureel gebied blijkt uit zijn artikelen over figuren als Garibaldi, Victor Hugo, Heine, Potöfi en Björnson.

Nieuwe vertalingen van Neruda
Hoezeer Neruda's verhalen over het leven rond 1850 in de Malá Strana tot het blijvend cultureel erfgoed van de Tsjechen behoort, blijkt uit het feit dan in 1993 bij de Engels uitgeverij Chatto and Windus een nieuwe vertaling van Neruda's verhalen verschenen, verzorgd door Michael Henry Heim met een inleiding van de bekende Tsjechische auteur Ivan Klíma. De vertaling onder de titel "Pragues tales" is uitgegeven in de nieuwe reeks "Central European Classics" waarin oudere Tsjechische, Hongaarse en Poolse klassieken in nieuwe vertalinge zullen verschijnen. Al eerder, in 1971 verscheen bij Wilhelm Heyne Verlag (München) een Duitse vertaling onder de titel "Kleinseitner Geschichten". Nu de belangstelling voor Tsjechië en de Tsjechische cultuur zo is toegenomen, is de tijd rijp, dat er ook een Nederlandse vertaling verschijnt.


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl