Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

TSJECHISCHE PORTRETTEN (XVIII)

Karel Havlíček en de strijd voor een vrije Tsjechische natie.

De pers heeft in het politieke leven van vele Europese landen een belangrijke rol gespeeld. Men denke slechts aan de discussies rond het proces-Dreyfus in Frankrijk. Op de politieke en culturele emancipatie van de Tsjechen heeft vooral de journalist Karel Havlíček Borovský zijn stempel gedrukt.

Karel Havlíček werd in 1821 in Borová geboren (naar zijn geboorteplaats noemde hij zich Havlíček Borovský). Karel stamde uit een familie van kooplieden. Hij bezocht het gymnasium in Německý Brod (nu Havlíčkův Brod) waar hij zijn eerste gedichten in het Duits schreef. Zijn opstandige geest bleek toen al uit een vertaling van het bekende lied "De laatste tien van het vierde regiment" van Julius Moser over de Poolse opstand van 1830. Sinds 1838 studeerde hij aan de Praagse Karelsuniversiteit en nam zich voor priester te worden. Onder invloed van de Slowaak Ján Kollár (1793-1852) en diens "Slávy dcera" ("De dochter van der Slava") werd hij een aanhanger van het panslavisme. Om onbekende redenen verwijderde men hem uit het seminarium, waar hij zich voorbereidde voor het priesterschap. Dit was voor hem aanleiding met de kerk en het geloof te breken. In 1843 vertrok Havlíček naar Moskou om als huisleraar bij het gezin van de bekende slavofiel prof. S.P. Sjevyrev in te trekken. Teleurgesteld in het Russische absolutisme reisde Havlíček al in 1844 naar Praag terug, waar hij zijn reiservaringen neerlegde in vijf artikelen: "Obrazy z Rus" ("Beelden uit Rusland"). Hieruit blijkt zijn diepe teleurstelling over het tsarenrijk, die moest leiden tot een breuk met het panslavisme. Havlíček werd nu een aanhanger van het austroslavisme, dat de vorming van een federatie binnen het Oostenrijks keizerrijk voorstond met voldoende autonomie voor de Slavische volken. Het werd de belangrijkste politieke stroming in de Tsjechische politiek tot de Eerste Wereldoorlog, waarvan ook Thomas Masaryk aanvankelijk een aanhanger was. "Obrazy s Rus" betekende ook een breuk met de invloedrijke Romantiek en een overgang naar het realisme, waarvan ook het werk van de bekende Praagse journalist een bellettrist Jan Neruda getuigt.

Tijdens zijn verblijf in Moskou had Havlíček kennis gemaakt met het satirische proza van Gogol. Onder diens invloed begon hij ironische en satirische epigrammen te schrijven, die hij in 1845 publiceerde. Niet alleen het panslavisme kritiseerde hij hierin maar evenzeer het feodalisme, de rooms-katholieke kerk en de traditionele waarden en normen van de Boheemse maatschappij. Havlíček kreeg de mogelijkheid zijn ideeën te ontplooien als journalist bij het orgaan van de Tsjechische intelligentsia "Pražské noviny" (Het Praagse Nieuwsblad), waarbij de censuur hem uiteraard beperkingen oplegde. In het revolutiejaar 1848 richtte hij de "Národní noviny" (Volkskrant) op, die de spreekbuis zou worden van zijn ideeën over een vreedzame omvorming van de Donaumonarchie, waarbij hij de revoluties in Praag, Wenen en Boedapest afwees.

Maar voor de machthebbers in de Dubbelmonarchie waren zelfs de liberale hervormingsideeën van Havlíček te revolutionair. Toen hij in 1850 in Kutná Hora het weekblad "Slovan" (De Slaaf) had opgericht, werd dit al na een jaar verboden en Havlíček zelf gearresteerd. Vervolgens gesloot men hem in het Zuidtiroolse Brixen te interneren. Tijdens dit verblijf in een gevangenis werd hij ziek en stierf na zijn vrijlating in Praag in 1856. Zijn begrafenis werd een anti-Oostenrijkse demonstratie.

Grondlegger moderne Boheemse journalistiek
Havlíček ging de geschiedenis in als pleitbezorger voor een Tsjechische politieke en culturele wedergeboorte en als de grondlegger van de moderne journalistiek, die later journalisten als Egon Erwin Kisch zouden beinvloeden. Maar ook maakte hij naam als satiricus. Zijn werk en de Tsjechische literatuur van die dagen (Božena Němcová, Karel Hynek Mácha, Jan Neruda e.a.) gaven de nationale wedergeboorte krachtige impulsen. Veel van Havlíčeks oeuvre bleef door de druk van de censuur aanvankelijk ongepubliceerd, vooral zijn satirisch werk. In het bijtend-humoristische "Tyrolské elegie" tekent de schrijver zijn arrestatie en deportatie. "Král Lávra" (Koning Lavra) is een tegen de monarchie gerichte bewerking van een Iers sprookje over een koning met ezelsoren: Ierland was door zijn strijd voor onafhankelijkheid voor vele Tsjechen een voorbeeld, dat navolging verdiende. "Křest sv. Vladimíra" (De doop van heilige Vladimir) was gebaseerd op een legende uit de Russische Nestorkroniek. De lezer begreep echter dat deze Russische legende over een tsaar en de Russische-orthodoxe kerk een toespeling inhield op de verkalkte Habsburgse monarchie en de rooms-katholieke clerus als steunpilaar van deze monarchie.

Politieke ideeën
Havlíček en later Masaryk verdedigden een moderne staatsopvatting, waarin plaats was voor religieuze tolerantie, liberalisme en rationalisme. Maar bovendien vonden beiden inspiratie in het hussitisme, dat de bron vormde van de geestelijke en culturele wedergeboorte voor de Tsjechische natie. Havlíček schreef naar aanleiding van de revolutie van 1848: AIk ben een groot tegenstander van revolutie met geweld en geloof vast in de revoluties van geesten en harten .... Niets, onbezonnens, niets extreems kan een blijvende waarde hebben - slechts 'moderate durant' ...". Hij zag educatie als het belangrijkste wapen tegen onderdrukking, want "er is geen macht in deze wereld, zelfs als deze verbonden zou zijn met de hel, die een ontwikkelde, nobele en moedige natie in onderwerping, in slavernij kan houden ...". "Wees een tijger of een leeuw, maar nooit een hond". In tegenstelling tot zijn voorganger de historicus Palacký, die op economisch gebied een conservatief standpunt huldigde, was Havlíček een liberaal, die verkondigde dat de mens het recht en de plicht heeft te werken in het belang van de natie. In zijn artikelenserie "Slovan en Čech" van 1846 verwierp hij het panslavisme, dat Rusland tot de leider van de Slavische wereld wilde maken en bepleitte hij de emancipatie van de Tsjechen door een moderne burgerlijk-liberale en nationale ideologie. De Tsjechische scepsis, liberalisme en nationalisme verdroegen zich slecht met de Russische autocratie en orthodoxie, met het mystieke gedweep over Ruslands verlossersmissie, zoals te beluisteren viel bij Dostojevski en welke door Masaryk zo scherp is gekritiseerd. Havlíček schreef naar aanleiding van zijn strijd tegen het panslavisme: "Wij vatten de eenheid der Slavische volken niet op als ..... eenvormigheid in religieus of politiek opzicht en zelfs niet op het gebied der taal .... doch enkel en alleen als wederzijdse ondersteuning tegen gemeenschappelijke vijanden".

Door de toenemende economische rivaliteit tussen Tsjechen en Duitsers verscherpte zich de politieke tegenstellingen. Palacký en Havlíček hebben zich met hun austroslavisme bovendien vergist en in de mogelijkheden tot hervormingen in de Donaumonarchie. Havlíček moet erkennen: "Bij het ontwaken der volken leefden wij Tsjechen onder dubbele druk: in nationaal opzicht waren wij onderdanen van de Duitsers; in politiek opzicht stonden wij onder een absolutistische keizer. Als gevolg hier van was onze taak ook dubbel zwaar .... In de praktijk worden we nog steeds absoluut geregeerd en de Duitse taal is nog overal, zelfs in zuiver Tsjechische gebiedsdelen de heersende. Daarom is het onze taak, zowel de constitutionele als de nationale rechten die ons zijn beloofd, ook werkelijk te krijgen". Ook richtte Havlíček zijn pijlen op de katholieke kerk. Het hussitische verleden, de beinvloeding van de Tsjechische taal door de contrareformatie, de verbranding van Tsjechische boeken door de jezuieten, het zijn regelmatig terugkerende thema's in Havlíčeks werk. De aan t.b.c. lijdende Havlíček werd niet ouder dan 36 jaar. Bij zijn begrafenis op het bekende Praagse Olšany-kerkhof legde een opvallend knappe vrouw een doornenkroon op zijn kist. Het bleek de befaamde schrijfster Božena Němcová te zijn. Palacký, Havlíček en Masaryk effenden het pad naar een moderne, democratische Tsjechische staat. Masaryk publiceerde in 1896 een lijvig werk over het leven en werk van Havlíček en diens strijd tegen Romantiek, panslavisme en absolutisme, getiteld "Karel Havlíček". De geëngageerde journalist had een blijvende plaats verworven temidden van de "founding fathers", die Tsjechië tot een onafhankelijke, democratische en vrije natie wilden maken. De stad "Německý Brod" (vroeger Deutsch Brod) werd in 1945 ter ere van Havlíček omgedoopt in Havlíčkův Brod. Het vroegere woonhuis van de Tsjechische nationalist is nu ingericht als museum ter zijner nagedachtenis.


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl