Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

TSJECHISCHE PORTRETTEN (XXIV)

Leven en werk van Thomas G. Masaryk (1850 - 1937)

TGM

In vorige nummers van de Ledenbrief heb ik aandacht geschonken aan enkele erflaters van de Tsjechische cultuur, die in grote mate hebben bijgedragen tot de Tsjechische culturele en politieke renaissance, zoals Comenius, Boěena NžmcovŠ, Jan Neruda en Palackż. Deze renaissance kreeg een politieke vorm in het werk van de eerste president van de Tsjechoslowaakse republiek Thomas G. Masaryk. In de communistische tijd poogde men vergeefs de herinnering aan deze staatsman en filosoof te doen vervagen. Masaryk was geen vriend van het communisme, hetgeen Rusland (dat hij overigens goed kende) een totalitair karakter had gegeven.

Jeugdjaren en studententijd
Thomas Masaryk groeide op in behoeftige omstandigheden. Oostenrijkse en Hongaarse adel beheerste het land van de Slavische Tsjechen en Slowaken. Maar hoewel zijn vader, koetsier in het Moravische dorpje HodonŪn, in feite nog slaaf was, toonde Thomas allerminst een slaafse geest te zijn. Hij haatte de dienstbaarheid en onderworpenheid. Terecht schreef hij later: "De slaaf huldigt altijd de methoden van de slavenhouder en wreekt zich waar hij kan ...", hiermede een scherpe karakteristiek gevend van de psychologie van het ressentiment. Masaryk zelf echter bleef vrij van gevoelens van ressentiment. Hij zocht allereerst het positieve, opbouwende element in mens en samenleving en trachtte dit steeds in het licht te stellen en te verwerkelijken, ook waar ongunstige maatschappelijke en menselijke verhoudingen de overhand hadden. De moeilijkheden in zijn jonge jaren hebben hem gehard voor de latere strijd. Eerst werkzaam als smidsknecht, later als huisonderwijzer, slaagde de autodidact er tenslotte in toegang te krijgen tot de Weense universiteit, waar hij in 1876 doctor in de wijsbegeerte werd op een proefschrift over het onsterfelijkheidsvraagstuk. In Leipzig leerde hij zijn toekomstige vrouw de Amerikaanse, van Franse Hugenoten afstammende Charlotte Garrigue kennen. Met het katholicisme brak hij tenslotte definitief en hij sloot zich, mede onder invloed van zijn vrouw, aan bij de Tsjechische Broeders, de vrijzinnige protestantse volgelingen van de 15de-eeuwse Tsjechische reformator Hus: "Ik knoopte bij onze Reformatie aan, omdat zij vůůr alles een zedelijke religieuze en niet-theologische beweging was". De Reformatie gold voor Masaryk als een bevrijdingsproces uit de macht van een autocratische kerk. Maar deze Reformatie zag hij niet als een verworvenheid, de uitdrukking geeft aan een statische waarheid. Van Masaryk is de uitspraak afkomstig: "Reformatie betekent een onophoudelijk hervormen, een steeds volkomener worden - zij betekent vooruitgang". Inmiddels verscheen van zijn hand een sociologisch geschrift over "De zelfmoord" (1881), waartoe een jeugdervaring (de zelfmoord van een boerenknecht in zijn dorp) een belangrijke aanleiding had gevormd. Op zichzelf was het onderwerp van deze studie al opmerkelijk en men verweet hem een gevaarlijk onderwerp te hebben aangesneden! Maar bovendien was de keuze in zoverre merkwaardig, omdat de sociologie als wetenschap nog nauwelijks erkenning had gevonden. Eerst na een jaar en vooral dankzij de invloed van Masarysk leermeester professor Brentano werd het boek door de universiteit geaccepteerd. In 1882 werd de 32-jarige geleerde buitengewoon hoogleraar in Praag, waar hij niet alleen de Duitse filosofische stelsel behandelde, maar ook aandacht vroeg voor sociologische problemen en voor kritische denker als Hume, Kant en Comte, hetgeen hem al gauw de naam bezorgde een atheist te zijn.

Wetenschappelijke en politieke activiteit
De sociale werkelijkheid duldt volgens Masaryk noch een extreem collectivisme, nog een extreem individualisme Er is een voortdurende wisselwerking tussen individu en collectiviteit. De natie vormt de grondeenheid van het sociale leven. Iedere internationale orde zal het eigen karakter van de volken moeten erkennen en respecteren. Aanvankelijk geloofde Masaryk - en vele Tsjechen met hem - nog, dat de Oostenrijks-Hongaarse monarchie zou kunnen evolueren tot een federatie van vrije volken. Later zou hij inzien, dat de regering in Wenen in het geheel niet open stond voor hervormingsideeŽn. Vanaf het begin van zijn politieke loopbaan stond Masaryk op de bres voor sociale verheffing van de arbeidersklasse. In zijn boek "De filosofische en sociologische grondslagen van het marxisme" toonde hij zich evenwel kritisch tegenover de leer van Marx. Hij meende, dat het marxisme misschien wel het sociale vraagstuk zou kunnen oplossen, maar overigens op geestelijk gebied de godsdienst niet zou kunnen vervangen. Zijn kritiek kan men samenvatten in deze kernachtige uitspraak: "Goed, iedereen zal zijn honger kunnen stillen, maar dan ...?" De jonge hoogleraar trad op als de verdediger van het algemeen kiesrecht en was een bekend spreker op arbeidersvergaderingen, waar hij pleitte voor de achturige werkdag, sociale verzekeringen en voor democratische politieke verhoudingen en gelijkberechtiging van man en vrouw. Ook steunde hij het eerste arbeidersblad "PrŠvo lidu" (Volksrecht) en hielp bij de oprichting van een arbeidersacademie welke de opleiding van politici, journalisten en onderwijzers ter hand nam. Het waren jaren van strijd, strijd tegen de Oostenrijkse bureaucratie, tegen mensonwaardige toestanden, maar ook tegen fanatici in eigen kring. Tsjechische nationalisten hadden indertijd (1817) veel ophef gemaakt van de "vondst" van Middeleeuwse Tsjechische manuscripten, die zoden moeten aantonen, dat de Tsjechen een Middeleeuwse literatuur bezaten, die gelijkwaardig was aan de Duitse. Masaryk had echter de moed openlijk aan te tonen, dat deze "patriotten" op zijn hals haalde. Een groot Praags blad noemde hem een "schandelijke verrader". Hij echter meende, dat de nationale eer slechts gebaat was met de waarheid. Nog heviger campagne werd tegen hem gevoerd, toen hij het waagde een arme jood, Hilsner genaamd, te verdedigen, die verdacht werd van rituele moord op een meisje. Antisemieten beschuldigden hem ervan omgekocht te zijn door Rotschild. Zelfs zijn vader hechte geloof aan deze beschuldiging! Maar Masaryk streed de strijd voor hetgeen hij rechtvaardig achtte tot het bittere eind en met succes! Gekozen als Tsjechische afgevaardigde in de Weense Rijksraad, spaarde hij hof, adel, kerk en bureaucratie (de "poel", zoals hij die noemde) zijn kritiek niet: "De diplomatie heeft altijd nog de illusie, dat zij geschiedenis maakt ... In het buitenland maken zij op mij de indruk van Noordpoolvaarders, die op een ijsschots staan en zich in zee laten drijven. Dat is aristocratische voornaamheid ... Ik geloof niet meer in de verouderde kunst der diplomatie". Hij verdedigde de rechten van de Slavische volken, de Tsjechen, de Kroaten end e BosniŽrs en ontmaskerde de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Aehrenthal, die op grond van valse documenten de annexatie van BosniŽ en Herzegowina (1908) trachtte te rechtvaardigen en bovendien 53 onschuldige Kroaten wegens zogenaamd hoogverraad in de kerker had laten werpen (het Agramproces, 1909). Hij vroeg de autonomie voor Tsjechen, Kroaten en BosniŽrs. Eerst de wereldoorlog zou de idealen van Masaryk in vervulling doen gaan. In 1914 kwam hij openlijk in verzet tegen Oostenrijk en had in Nederland een eerste contact met de Engelse Balkanspecialist Seton Watson. Hier zal hij zich herinnerd hebben hoe de grote Comenius in de zeventiende eeuw in Nederland als balling asiel had gezocht om daar de Tsjechische zaak te bepleiten bij de vijanden van de Habsburgers. Het is begrijpelijk, dat Masaryk vooral bij de geallieerden steun hoopte te vinden voor de gerechtvaardigde nationale verlangens van Tsjechen en Slowaken. Er werd een anti-Oostenrijks Tsjechoslowaaks legioen in de geallieerde landen opgericht. In Rusland was juist een legertje van 50.000 man gevormd uit Tsjechische krijgsgevangenen en overlopers toen de Russische revolutie uitbrak. Masaryk zag maar ťťn weg: via SiberiŽ de geallieerden trachten te bereiken. Hij liet het Tsjechische legioen van 50.000 man dwars door het in oorlogstoestand verkerende SiberiŽ naar Wladiwostok trekken. In een boodschap van Lloyd George aan Masaryk schreef deze: "The story of the adventures and triumph of this small army is indeed one of the greatest epics of our history". Zelf ging hij met een Rode-Krustrein vooruit en schreef onderweg zijn boek "Het nieuwe Europa", waarin hij de Oostenrijkse monarchie schetste als een corrupt Middeleeuws relict en tevens pleitte voor een zelfstandig Tsjechoslowakije, Polen en JoegoslaviŽ, een wens, die na de oorlog mede dankzij Masaryks invloed bij president Wilson en in het geallieerde kamp in vervulling ging. Met de vrede kwam de nieuwe staat Tsjechoslowakije tot stand. Vooral dankzij het streven van Masaryk werden ook Slowakije en RoetheniŽ (de Karpatische Oekraine) bij de nieuwe staat gevoegd. Oorspronkelijk wilden de Tsjechen alleen het oude koninkrijk Bohemen als staat herstellen. Masaryk vond bij deze politiek veel steun van de Slowaak ätefanŪk, die helaas in 1919 met zijn vliegtuig verongelukte. Masaryk werd spoedig verrast door het bericht, dat de nieuwe staat hem tot president wilde kiezen.

President-bevrijder
Terecht schreef H.A. Miller in een bijdrage in het verzamelwerk "Czechoslowakia" (University of California Press, 1945) over de vorming van de Republiek Tsjechoslowakije: "The seeds that produced the social program of Czechoslowakia lie deep in history. The moral integrity of Hus and the democratic edicational theories of Comenius (Komenskż) were combined with many other forces through the ages to prepare the people for what they accompished after 1918. The Declaration of Independence, written by Masaryk, not only embodied his own philosophy but also reflected the past and foreshadowed a future of wihich his countrymen approved".
Het is typerend voor Masaryk en zijn naaste medewerker de latere president Beneö, dat juist zij wezen op het gevaar van een mogelijk dictatoriaal beleid van een president en daarom bepaalde beperkingen wilden opleggen aan de presidentiŽle bevoegdheden. In Masaryks eerste boodschap aan het parlement (23 december 1918) komen deze woorden voor: "Onze gehele geschiedenis stuurt ons in de richting van de democratische machten ...". Masaryk begreep hoe kwetsbaar een klein land is en hem zweefde een internationale rechtsorde voor ogen, gebaseerd op democratische en humanistische idealen. Tsjechoslowakije was een democratische oase tussen het totalitaire Rusland en de min of meer autoritaire staten als Polen, Hongarije en RoemeniŽ.

Politieke, wijsgerige en religieuze gedachten
Overzien wij Masaryks leven en werk, dan blijkt dat zijn strijd zich vooral afspeelde op drie fronten: tegen het extreem nationalisme, ook in eigen kring, tegen obscurantisme, of dit nu katholiek of marxistisch van karakter was. Masaryk was zijn gehele leven zeer geinteresseerd in de ontwikkeling van het Russische volk en de Russische cultuur, zoals ook blijkt uit zijn magistrale werk "Russland und Europa", maar volgens hem was het Russische geestesleven te veel bevangen in een absolutistisch denken, vroeger tot uitdrukking komend in autocratie en orthodoxie, nu in het bolsjewisme.
Op grond van zijn opvattingen over maatschappij en autocratie verwierp Masaryk reeds vroeg het panslavisme, dat alle heil van Rusland verwachtte. Overigens was Masaryk in het begin van deze eeuw ťťn van de weinigen, die begreep dat de verhouding van Rusland tot Europa van beslissende betekenis zou worden voor het oude werelddeel. Masaryk verruimde de blik van de Tsjechische intelligentsia door te wijzen niet alleen op de erflaters der Tsjechische cultuur, maar ook op de betekenis van Westerse (Franse en Angelsaksische) geestesstromingen en denkers. Hij hield zijn landgenoten voor zich niet door fantasieŽn te laten meeslepen: "Wij moeten het tegenwoordige leven en zijn werkelijke eisen leren kennen en toegerust met deze kennis, die natuurlijk uit het verleden moet worden aangevuld, de toekomst dapper ingaan". De roeping van de Tsjechische natie was volgens hem de democratische en humanitaire idealen te verwezenlijken. De mens dient opgevoed te worden tot een vrije persoonlijkheid, die zich bewust verantwoordlijk weet voor zijn eigen daden en niet gedreven wordt door angst en haat. Daarom hechtte Masaryk grote waarde aan het woord uit de eerste Brief van Johannes (4 : 18): "Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met de straf en wie vreest is niet volmaakt in de liefde". Overigens toonde hij weinig waardering te hebben voor bepaalde nieuwe filosofieŽn. Hij verwierp Bergson en Freud ("Het onderbewuste bestaat niet") en voelde zich meer verwant met de kritisch-rationalistische denkers als Hume, Kant, Augustus Comte en John Stuart Mill. Deze voorkeur kwam ook tot uiting in zijn afkeer van irrationalistische "Schwšrmerei", mythisch en autoritair denken, zoals zich openbaart in politieke stromingen, die een beroep doen op de instincten, angsten en agressieve neigingen van de massa. Dit betekent niet, dat hij geen oog had voor de grote rol van het gevoelsleven in het denken en handelen van de mens. Opmerkelijk is, dat de literaire voorkeur van deze "rationalist" uitging naar schrijvers uit de Romantiek, zoals Poesjkin, De Musset en Byron. Maar hij had een afkeer van het pathetische gebaar en hield van humor, de grootste vijand van iedere dictatuur. Het gevaar van het bolsjewisme en de dreiging van het extreme nationalisme, o.a. in Duitsland, zag de "president-bevrijder" scherper dan wie ook. Intern werd zijn land bedreigd door het groeiend verzet van de Duitse minderheid, de tegenstellingen tussen Tsjechen en Slowaken, waarvan de laatsten meenden, dat zijn niet voldoende autonoom waren. De economische wereldcrisis had ook voor Tsjechoslowakije ernstige gevolgen en de regering slaagde er niet in het sociale vraagstuk tot een bevredigende oplossing te brengen. In verband met de opkomst van het nationaal-socialisme in de jaren dertig, dat aansprakelijk is voor de vernietiging van de Tsjechoslowaakse Republiek, moet nog bewezen worden op Mararyks werk "De wereldrevolutie". Hierin tekent de president de eerste wereldoorlog als een strijd tussen Westerse democratie en de Duitse autocratie. De ideeŽn van het Westen waren de erfenis van de Renaissance en de Reformatie. Deze ideeŽn werden verwerkelijkt in de Engelse, Amerikaanse en Franse revoluties die de eerte stap waren tot de vorming van moderne democratieŽn Tegenover deze gedachtenwereld staat die van het middeleeuwse theocratische en autocratische "Heilige RŲmische Reich Deutscher Nation" gebaseerd op de uitwendige autoriteit van geloof en monarchie. Het nationaal-socialisme, waarvan Masaryk de theocratie, ditmaal gebaseerd op het geloof aan de superioriteit van het Germaanse ras. Met de opkomst van de Pruisische staat, ontwikkelde zich een Duitse staatsidee, die niet alleen de staat vergoddelijkte, maar bovendien sterke agressieve neigingen vertoonde. De invloed van Renaissance en Reformatie bleef in Duitsland beperkt. Cesaropapisme en imperialisme bleken hier een betere voedingsbodem te vinden dan de humanistische idealen van Lessing, Goethe en Kant.
Tegenover autocratie en cesaropapisme, tegenover de leer van het superieure ras stelde Masaryk in zijn werk "De wereldrevolutie" de democratische gedachte: "Geen staat, geen maatschappij kan worden geleid zonder de algemene erkenning van de ethische bases van de staat en van de politiek; geen staat kan lang standhouden, wanneer hij de algemene regels van de menselijke moraliteit schendt. De autoriteit van de staat en van zijn wetten is ontleend aan de algemene erkenning van ethische principes en van een algemene overeenkomst tussen de burgers inzake hoofdpostulaten van filosofie en leven. Nogmaals: Democratie is niet alleen een vorm van staat en bestuur. He is een levensfilosofie en een wereldbeschouwing. De Grieken en Romeinen verklaarden dat het recht het fundament van de staten moet zijn; en recht is de rekenkunde van de liefde. De wet, geschreven en ongeschreven, maakt het de staat mogelijk langzamerhand de geboden van de liefde uit te breiden tot alle praktische betrekkingen van het maatschappelijk leven en, in geval van nood, nakoming hiervan af te dwingen ... In de praktijk benadert de staat het ethische maximum - het ideaal - door het ethische minimum - de wet - en de menselijke evolutie brengt het minimum steeds dichter tot het ideaal".
Gelukkig heeft de president het volledige echec van de met zoveel hoop en verwachting gestichte Volkenbond niet meer beleefd. In 1935 trad hij af en twee jaar late overleed hij, betreurd door zijn volk en door vele vrienden buiten Tsjechoslowakije.
Ondanks het feit, dat zijn leven gevuld was met strijd en zorg, kon men Masaryk een gelukkig mens noemen: "Durch Leiden Freude" ze Beethoven terecht. In een gesprek met de bekende schrijver »apek merkte de president eens op: "Wanneer ik moet zeggen, waarin mijn leven zijn vervulling heeft gevonden, dan is dit niet, dat ik president geworden ben en deze even grote als zware plicht kan dragen. Mijn persoonlijke voldoening, wanneer ik dit zo zeggen mag, ligt dieper: dat ik ook als staatshoofd niets wezenlijks van datgene heb laten vallen, waaraan ik als arme student, als leraar der jeugd, als lastig criticus en hervormingsgezind politicus geloofd en liefhad; dat ik, aan de macht gekomen, geen andere zedelijke wet, geen andere betrekking tot de naaste, tot de natie en tot de wereld gevonden heb als die, waardoor ik mij vroeger heb laten leiden. Ik mag zeggen, dat zich alles, waaraan ik geloofd heb, bevestigd en vervuld heeft, zodat ik noch aan mijn geloof in de humaniteit en de democratie, noch aan het hoogste zedelijke en religieuze gebod der mensenliefde iets hoefde te veranderen. Ik zeg uit een ervaring, die ik in mijn positie steeds weer bevestigd vind, dat er voor staten en naties en haar regeerders geen andere moraal is, geen andere ethische orde bestaat dan voor he individu. Daaruit spreekt niet de persoonlijke bevrediging, dat ik tijdens mijn gehele zo wonderlijk en gecompliceerd verlopen leven mijzelf gebleven ben; belangrijker is, dat de menselijke en algemene idealen, die ik beleed, in zoveel beproevingen onveranderd gebleven zijn en stand hebben gehouden".
Over zijn religieuze opvattingen zei hij tot »apek onder meer: "Voor mij is Jezus de religieuze leider en leermeester. Jezus was geen theoloog, maar een profeet, de grootste der profeten ... De godsdienst van Jezus uit zich in zedelijkheid en menselijkheid, is humanisme sub specie aeternitatis ... In werkelijkheid is de wereld en het leven voor ons een geheim. Hoeveel daarvan kennen en weten wij feitelijk? De mens heeft een natuurlijke neiging tot het mysterieuze; de wereld is voor de mens en de mens voor zichzelf een mysterie. Is het onooglijke veldbloempje niet een geheim? Kijk er maar eens naar, vanwaar zijn schoonheid, zijn doelmatigheid, vanwaar komt het eigenlijk? ... De mensen, die in hun allernaaste omgeving opgaan, vermogen niet de grootsheid van alle dingen te zien; ieder onooglijk ding, het meest alledaagse gebeuren is iets geheimzinnigs en iets groots!". Bij een vergelijking van deze religieuze gedachten met die van Albert Schweitzer is het niet moeilijk vele overeenkomsten aan te tonen. Met heel zijn wezen verzette Masaryk zich tegn iedere vorm van autoriteitsgeloof. De afkondiging van het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid in 1870 deed hem besluiten de katholieke kerk te verlaten. Hoewel hij onder de invloed van zijn vrouw tot het protestantisme overging, bleef hij kritisch staan tegenover alle dogmata, ook die van de reformatie. Het geloof in een geopenbaarde waarheid verwierp hij. De mens moet volgens hem zelf een levensovertuiging verwerven. Eerst hetgeen men zelf verworven heeft, krijgt waarde. Onvoorwaardelijk geloofde Masaryk echter in een persoonlijk God en in de onsterfelijkheid van de ziel, welke overtuiging hij redelijk trachtte te funderen.
Tegenover dogmatisering op geestelijk gebied en tegenover de irrationele mythen van het geweld, het ras en "de leider" stelde Masaryk deze twee kernachtig, voor hem typerende, uitspraken: "Godsdienst is verantwoordelijkheid" en "Jezus, niet Caesar". Hij was een religieus mens, een ethische humanist en tevens de opvoeder van zijn volk, dat hij opriep tot morele, sociale en nationale vernieuwing. Zijn naam kan in ťťn adem genoemd worden met de grote Tsjechische pedagoog Comenius. De enige met wie hij misschien te vergelijken zou zijn was Amerika's tolerante president Abraham Lincoln. Reeds lang vůůr hij president was geworden, had Masaryk verklaard: "Het humaniteitsideaal eist, dat wij systematisch, overal en in alles altijd het slechte, de niet-humaniteit van anderen en onszelf in de maatschappij en in haar culturele, kerkelijke, politieke en nationale organen bestrijden. Humaniteit is niet sentimentaliteit, maar betekent werken en nogmaals werken ... Niet met geweld, doch vreedzaam, niet met het zwaard, maar met de ploeg, niet met het bloed, doch met de arbeid, niet met de dood, maar met het leven - dat is het antwoord .... van onze geschiedenis en de nalatenschap van grote voorouders".
In zijn moeilijke dagen wist Masaryk zich gesterkt door de overtuiging die ligt uitgedrukt in de oude Hussietenleus "Pravda zvŪdžzŪ" (Waarheid overwint), die ook het staatswapen van de republiek siert.


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl