Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

TSJECHISCHE PORTRETTEN (XXXVI)

Vijf heiligen in Praag

Het in 1912 door de beeldhouwer Josef Myslbek (1814-1912) geschapen monument voor de heilige Václav (Wenzel, Wenceslaus) op het plein van dezelfde naam wordt algemeen als een meesterwerk beschouwd. Dertig jaar heeft de kunstenaar naar de uiteindelijke vorm gezocht, waarvan 50 tekeningen, studies en modellen getuigen. Naast Myslbek heeft de architect A. Dryák nog aan de werkzaamheden deelgenomen.

Vier levensgrote heiligen omgeven als in een processie de sokkel van dit indrukwekkende monument van Václav: de heiligen Adalbert en Ludmila, de zalige Agnes, de heilige Procopius (Prokop). Zij doen geen enkele afbreuk aan de imposante hoofdfiguur van de heilige Václav. Des te overtuigender komt de rustige, door innerlijke overtuiging gedragen persoon van Václav tot uitdrukking.

In 921 besteeg Václav, later de heilige genoemd, de hertogelijke troon van Bohemen. Hij kerstende het land en streefde tegelijk de kerkelijke zelfstandigheid van Bohemen na. In 929 werd hij door zijn broer Boleslav I vermoord, een zinloze daad omdat Václav zijn broer al had willen vragen de heerschappij over Bohemen op zich te nemen aangezien hij zich in Rome wilde laten wijden teneinde als eerste bisschop van Bohemen terug te keren. Als motief van de broedermoord noemt men de 'heidense reactie' op de religiositeit en de strenge moraal van de latere heilige en landspatroon, terwijl machtsstrijd en rivaliteit tussen de verschillende vorsten ook een rol speelden.

Rond het jaar duizend, toen vrome Christenen de wederkomst van Christus op aarde verwachtten, hield het Boheemse vorstenhuis van de Pĝemysliliden zich met meer realistische plannen bezig. Zij streefden ernaar Bohemen onder één kroon te verenigen. Eén van hen was de tweede bisschop van Praag St. Adalbert (Vojtìch, 956-997). Hij streefde een hervorming van het kloosterleven na, te beginnen in het klooster van Cluny in Boergondië. Hij propageerde het christendom in Polen en Hongarije, maar moest dit in Oost-Pruisen met de dood bekopen (997). Te zijner nagedachtenis werd in het Poolse Gniezno een kathedraal opgericht. Een Poolse heerser Boleslav de Dappere bezette voor enige tijd de Praagse Burcht.

De heilige Adalbert werd opgevoed aan de domschool te Maagadenburg en in 983 tot tweede bisschop van Praag gewijd. Het gelukte hem niet de pas bekeerde Bohemers van hun heidense gebruiken af te brengen, ook omdat de Boheemse hertog Boleslav II hem niet voldoende steunde. Op bevel van de paus keerde hij in 993 terug naar Bohemen, waar hij bij Praag het klooster Bĝevnov stichtte. Paus Silvester II verklaarde Adalbert in 999 heilig. Zijn relikwieën werden 1039 overgebracht naar Praag, waar zij in 1880 bij herstelwerkzaamheden van de kathedraal opnieuw werden aangetroffen. Ludmila was de echtgenote van de Boheemse koning Boĝivoj I en had zich op een reis door Moravië (rond 874) tezamen met haar echtgenoot door de 'Slavenapostel' Methodius laten dopen. Na de dood van de hertog in 894 ontstonden er moeilijkheden in de familie en een heftig conflict leidde ertoe dat Ludmila in 925 met haar eigen sluier op haar weduwenverblijf werd gewurgd. Dit had tot gevolg dat Ludmila de eerste martelaar van Bohemen werd en tegelijk beschouwt men haal als de moeder van het Boheemse volk. De sluier waarmee zij werd gewurgd vormde haar attribuut in de beeldende kunst!

Ter herinnering aan Ludmila richtte de beroemde keizer Karel IV (1346-1378) de Ludimila-kapel op met haar graftombe. Deze staat achter een neogothisch altaar uit 1858 en toont aan de noordzijde nog plastieken uit de tijd rond 1378 met afbeeldingen van Procopius en Václav. Op haar graftombe bevindt zich een stenen plastiek van de heilige Ludmila, dat treffend haar martelaarschap uitbeeldt.

Het klooster van de heilige Agnes herinnert aan de dochter van koning Ottokar (1197-1230). Agnes, zuster van Václav I, had huwelijksaanzoeken zelfs van keizer Friederich II (1212 - 1250) afgeslagen en reeds op twintigjarige leeftijd voor het kloosterleven gekozen. Na de opheffing van het klooster in 1797 trad een periode van verval in die een gedeeltelijke vernietiging van dit klooster ten gevolge had. Sedert de 19e eeuw wordt weer gewerkt aan de restauratie van het klooster, dat nu een museum voor Tsjechische schilderkunst en volkskunst bevat.

De heilige Procopius (982-1053) was één van de oprichters van het klooster aan de Sázava, waarin tot de verdrijving der monniken in 1097 de Slavische liturgie, een erfenis van de 'Slavenapostelen' Cyrillus en Methodius, bewaard bleef. Ook hij is een landspatroon van Bohemen geworden, samenhangend met het feit dat hij in legenden wordt getekend als de verdediger van het Tsjechische element tegen vreemde invloeden.


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl