Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

TSJECHISCHE PORTRETTEN (XXXVII)

Rilke en Bohemen

In het vooroorlogse Praag was de culturele invloed van het Duitse bevolkingsdeel, zoals bekend, niet gering. Het was de stad van Kafka, de "razende reporter" Egon Erwin Kisch, van Frans Werfel en natuurlijk Rilke, van Urzidil en vele andere Duitstaligen, voor één groot deel joden. Nu er eindelijk een akkoord is gesloten tussen Duitsland en Tsjechië om de uit de oorlog voortgekomen conflicten bij te leggen, zal er ongetwijfeld in de Tsjechische republiek weer meer belangstelling komen voor het verdwenen Duitse culturele erfgoed, in het bijzonder in Praag. Hierbij zal vaak de naam van Rainer Maria Rilke (1875-1926) vallen.

Reiner Maria Rilke (hij veranderde zijn oorspronkelijke naam René op instigatie van zijn vriendin Lou Andreas-Salomé in Rainer) word op 4 december 1875 geboren in een huis op de hoek van de Jindøišská en Nekázanka straten (het huis is nu vervangen door een modern gebouw). Merkwaardig genoeg voedde zijn moeder hem op als een meisje (zij had ooit een dochtertje verloren) en schonk overmatige aandacht aan de jonge René waardoor hij nauwelijks vrienden kreeg. Zijn ouders stuurden hem naar een Oostenrijkse Kadettenschool maar van de door de vader gewenste militaire opleiding kwam niets terecht. Rilke keerde terug naar Praag en ging daar een school in de Na Pøíkopì straat. Zijn verdere opleiding werd bekostigd door een rijke oom, een jurist, die meende, dat zijn pupil het best dezelfde opleiding als hij zou kunnen volgen. Inmiddels waren Rilke's ouders gescheiden. Zijn oom ontfermde zich over de jonge Rilke, die vakanties in verschillende delen van Bohemen me de oom doorbracht. Rilke begon filosofie, literatuurgeschiedenis en kunst aan de Praagse universiteit te studeren. Maar hij besteedde meer aandacht aan zijn eigen literaire experimenten dan aan zijn studie. In 1894 werd hij verliefd op Valérie Davidová-Rhonfeldová, een familielied van de bekende dichter Julius Zeyer. Vrucht van deze relatie was de bundel gedichten "Leben und Lieder". Er zouden nog veel liefdes volgen. In datzelfde jaar na Rilke een belangrijke beslissing. Hij vertrok voorgoed naar München, maar bezocht nog twee maal Praag (het laatst in 1911), tussen reizen naar Rusland, Frankrijk, Italië, Spanje, Noord-Europa en Afrika. Hoewel de relatie tot de Boheemse hoofdstad betrekkelijk oppervlakkig bleef, blijkt toch dat het culturele klimaat de dichter blijvend beinvloed heeft. Zo wijdde hij enkele dichtregels aan Jan Hus:

"Bis zu uns her ungeheuer
ragt der Reformator Hus,
fühlen wir uns doch in scheuer
Ehr furcht vor dem Genius"

Natuurlijk wijdde Rilke ook een gedicht aan de Praagse Burcht:

Das Hradschin

Schau so gern die verwetterte
Stirn den alten Hofburg an;
schon der Blick des Kindes kletterte
dort hinan.
Und es grüssen selbst die eiligen
Moldauwellen den Hradscin,
von der Brücke sehn die Heiligen
ernst auf ihn.
Und die Türme schaun, die neueren,
Alle zu dem Veitsturm Knauf
wie die Kinderschar zum teueren
Vater auf.

Zoals bekend was Rilke vele malen te gast bij vermogende dames, bij voorkeur in het bezit van een kasteel, o.m. drie maal op het landgoed Vrchotovy Janovice in Centraal Bohemen, eigendom van barones Sidonia Nádherná van Borutín, die bevriend was met bekende schrijvers, waaronder Frans Werfel en de roerige Oostenrijkse journalist Karl Kraus. Door Rilke leerde zij ook het huis van de beroemde beeldhouwer Augustus Rodin kennen. In 1907, 1910 en 1911 bezocht Rilke Vrchotovy Janovice, dat in zijn correspondentie wordt genoemd. Rilke schrijft over Janovice: "Und das war Böhmen, das ich kannte, hügelig wie leichte Muzik und auf einmal wieder eben hinter seinen Apfelbäumen, flach ohne viel Horizont und eingeteilt durch die Äcker und Baumreihen wie ein Volkslied ohne Refrain …" Maar een nieuwe vriendin dook op: prinses Marie von Thurm und Taxis, uit de bekende aristocratische familie die voor het heerst het Europese postwezen organiseerde. Zij bezat het slot Louèen (Duits Lautschin) bij Nymburk met een mooi slotpark, waarin verschillende van Rilke's gedichten ontstonden. De prinses nodigde Rilke ook uit op haar landgoed in Duino bij Triëst, dat hem inspireerde tot de bekende "Duineser Elogien".

Voor Rilke zijn Bohemen en Praag jarenlang thema's van zijn poëzie gebleven, zoals blijkt uit werken als "Larenopfer", "Traumgekrönt", "König Bohusch". Hij vergat zij geboorteland nooit, ook al keerde hij er niet terug. Weinig bekend is, dat hij na de Eerste Wereldoorlog koos voor de Tsjechoslowaakse nationaliteit en deze behield tot het einde van zijn leven.

In zijn bekende boek "Magisches Prag" verdiept ook Ripellino zich in de verhouding van Rilke tot Praag en schrijft:" Ueber Rilkes Empfindungen hersschte sienen erste geliebte Valeris David-Rhonfeld, di Nichte der tschechischen Dichters Julius Zeyer un von der Mutter her jüdischen Abkunft. Die Liebe zu Valeire und die Freundschaft mit Zeyer […] brachten ihm den Tschechen näher.... " (pag. 53).


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl