Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

TSJECHISCHE PORTRETTEN (XLIII)

Egon Erwin Kisch, de 'razende reporter'

Op het ogenblik zijn ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog de Tsjechisch-Duitse betrekkingen nog allesbehalve ideaal te noemen. De Tsjechen eisen herstelbetalingen voor de Duitse bezetting, de Duitsers willen een schadeloosstelling voor de verdrijving van de grote Duitse minderheid na de oorlog. Nog steeds is hiervoor geen bevredigende oplossing gevonden. Te betreuren valt, dat de invloedrijke Duitse cultuur in Tsjechië en Slowakije betrekkelijk weinig sporen heeft nagelaten.
Slechts enkele figuren zoals Kafka hebben een blijvende plaats in het cultureel erfgoed behouden. Vaak is de Duitse intelligentsia uit de voormalige Tsjechoslowaakse republiek van joods origine, zoals Kafka, Werfel, Max Brod, Urzidil 1), Egon Erwin Kisch.
Evenals genoemde joodse schrijvers poogde Kisch het nationale en sociale isolement, waarin vele joden in Praag zich bevonden te doorbreken. Toch was de positie van de joden in het land van Masaryk niet ongunstig. Zowel de Tsjechische als de Duits-joodse cultuur kwam in het interbellum tot grote bloei. De emigranten, die Hitler-Duitsland moesten verlaten, vonden hier een tolerant geestelijk klimaat. Thomas Mann en zijn broer Heinrich, zijn kinderen Erika en Klaus kregen hier asiel evenals tienduizenden andere Duitse politieke emigranden. Onder hen was ook Hermann Bleich - vader van de journalsite Anet Bleich - die in de naoorlogse jaren in Nederland voorzitter van de Buitenlandse Persvereniging was. Voor de Duitse vluchtelingen bestond ook hier geen taalbariere, aangezien de Tsjechoslowaakse hoofdstad grotendeels tweetalig was. Er waren Dutise uitgeverijen, kranten, theaters en verenigingen. Eerst later zou een groot deel van de Sudetenduitsers (niet de Praagse Duitsers) de nazi-ideologie aanvaarden. 2)

Kisch (1885-1948) bewoog zich niet alleen in Duitse maar ook in Tsjechische millieus, vooral onder linkse bohémens en anarchisten. Zo had hij nauwe contacten met de bekende Tsjechische schrijver Jaroslav Hašek, auteur van 'De brave soldaat Švejk' met wie hij een reportage 'De reis om Europa in 365 dagen' (1929) schreef. Een belangrijk deel van zijn werk is aan Tsjechische thema's gewijd. Zijn autobiografische 'Marktplatz der Sensationen' verhaalt o.m. over zijn jeugdjaren in de Praagse Melantrichova, toentertijd onder een schijnbaar onwankelbare Habsburgse monarchie nog 'Swefelgasse' geheten. Op twintigjarige leeftijd werd Egon Erwin Kisch stadsreporter bij de Praagse Duitstalige krant 'Bohemia'. Toen hij voor het eerst een grote brand moest verslaan, fantaseerde hij hier het nodige om heen, omdat hij in feite alleen maar vlammen had gezien. Al in de jaren twintig verkreeg hij bekendheid door zijn boek 'Der rasende Reporter', waaraan de grondlegger van de reportagejournalistiek zijn bijnaam dankte. In 'Klassischer Journalismus' (1923) noemt hij de befaamde negentiende-eeuwse Tsjechische journalisten Karel Havlíèek Borovský en Jan Neruda als zijn journalistieke voorbeelden. Maar ook Hašek en Heine waren zijn favoriete schrijvers.

Kisch was een zeer producktief schrijver. Zijn oeuvre omvat meer dan dertig banden: reportages, verhalen, cultuurhistorische essays, toneelstukken, een oorlogsdagboek en een roman. Van een zakelijke reportage kon hij een kunstwerk maken. Weinigen, die hem kenden, wisten echter dat de vlotte causeur, die allerlei amusante belevenissen en anecdotes kon vertellen, maar moeizaam en vooral consciëntieus zijn ervaringen op papier zette. Hij was altijd op zoek naar de wezenlijke kern van wat hij zag, naar datgene dat verborgen bleef achter de schijn, uitgaande van de overtuiging, dat 'Wahrheit das edelste Rohmaterial der Kunst' is. In zijn 'Von der Reportage' schrijft hij over het verband tussen waarheid en fantasie: 'Bedarf die Gestaltung der Wahrheit keiner Phantasie? Er ist wahr, die Phantasie darf sich hier nicht entfalten, wie sie lustig ist, nur der schmale Steg zwischen Tatsache und Tatsache ist zum Tanze freigegeben, und ihre Bewegungen müssen mit den Tatsachen in rhytmischen Einklang stehen ...' Kisch onderscheidde zich van andere verslaggevers door gebruik te maken van literaire middelen als beeldspraak, dialogen en zelfs de 'monoloque intérieure'. (1912). Zijn betrokenheid bij het Praagse leven blijkt uit titels als 'Prager Kinder' (1913), 'Die Abenteuer in Prag (1920)m 'Soldat im Prager Korps' (1922) en 'Prager Pitaval' (1931). Kenmerkend voor de 'razende raporter' is ook dat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de haat tegen Frankrijk kunstmatig werd opgevoerd, positief schreef over Voltaire, Victor Hugo, Emile Zola en Jean Jaures!

In zijn tekening van het nachtleven en de onderwereld in de oude stad aan de Moldau met zijn smalle middeleeuwse straatjes, zijn donkere steegjse en 'Durchäuser' (overdekte verbinding tussen twee straatjes) wordt Kisch door niemand overtroffen. Als geen ander was hij op de hoogte van de Praagse topograie. Hij was geinteresseerd in allerlei 'krváky' (bloedige geschiedenissen) en 'pitavaly' (ongewone rechtzaken) waarvan hij flitsende reportages maakte. Hij trad hiermee in het voetspoor van zijn even bekende tijdgenoot Karel Èapek, die in 1929 zijn 'Geschidenissen uit de ene en uit de andere zak' schreef.

Chroniqueur van het Praagse leven

Iedere dag bezocht hij het politiebureau om berichten te verzamelen, waarvan hij reportages maakte. Hij streefde er allerminst naar misdadigers tot heroische figurente maken (zoals in toenmalige gangsterfilms), maar veeleer interesseerden hem de achtergronden van de misdaad: de motieven van de dader en de maatschappelijke achtegronden. Kisch ontdekte hoe fantastisch, paradoxaal en onbegrijpelijk de werkelijkheid kon zijn: deze thema's vormen de kern van zijn 'Kriminialistisches Reisebuch' (1925) en 'Prager Pitaval' (1931). Ook uit deze boeken spreken het scherpzinnige oordeel en de nauwkeurigheid van de Praagse chroniqueur. Kisch zocht de realiteit van het Praagse leven en had een afkeer van de romantische sfeer, die niet alleen het werk van Rilke ademde maar ook van de bekende Tsjechische schrijvers.

Als joods schrijver werd Kisch ook gefascineerd door de legende Golem; de door een rabbi geschapen robot, die de joden bijstaat. Het verhaal, dat de resten vande Golem op de zolder van de Praagse Alt-Neu-Synagoge waren achtergebleven, bracht Kisch ertoe daar een onderzoek in te stellen. Blijkens zijn reportage 'Den Golem wiederzuerwecken' (in 'Geschichten aus sieben Ghettos') vond hij behalve veel stof en een vleermuis niets op de zolder. Uit zijn verslag blijjkt wel hoe groot de invloed van deze legende was, maar Kisch hechtte meer waarde aan eigen onderzoek dan aan verhalen van anderen.
Bovenal hield de ge'engageerde journalist zich bezig met sociale en politieke problemen. Zo ontdekte hij al in 1913 dat de Oostenrijkse chef van de generale staf in Praag Redl een spion was. Hij schreef een verslag 'Wie ich erfuhr, dass Redl ein Spion war'. De generale staf had dit geheim willen houden maar door de publicatie van Kisch kwam het in de openbaarheid. In de Eerte Wereldoorlog rapporteerde Kisch alles wat hij aan het front en in de kazernes zag: "Jeden Tag stenogrephiere ich meine Lebensweise und meine Gedanken, die Lebensweisse und die Gedanken von Hunderttausenden!" Hij was zich bewust van het verschil tussen een dag zoals de krant deze schetst en een dag, die men in de loopgraven beleeft.

In 1921 was Kisch naar Berlijn vertrokken maar hij bleef voortdurend in contact met zijn vaderstad Praag, getuige zijn bijdragen in de 'Alt-Prager Almanach'.
Kisch kreeg wereldfaam door zijn overal gelezen en nog steeds herdrukte reportages, zoals 'Wagnisse aller Welt' (1927), 'Hetzjagd durch die Zeit' (1928), 'Paradies Amerika' (1929) (over de economische crisis in de VS en zijn ontmoeting met Charlie Chaplin), 'China Geheim' (1933), 'Abenteuer in fünf Kontinenten' (1935) en 'Soldaten am Meeresstrand', geschreven tijdens de Spaanse burgeroorlog, waaraan Kisch aan republikeinse zijde deelnam. Bekend is zijn reisverhaal 'Landung in Australien'. Hierin beschrijft hij hoe hij in Australië was uitgenodigd om te spreken over de dreiging van het fascisme. Plotseling verbood het Australische ministerie op verzoek van de Britse Baldwin-Chamberlain-regerin en onder druk van diplomaten van Hitler en Goering de togang tot Australië. Kisch sprong over boord van zijn schip en wist de Australische kust te bereiken maar brak bij deze manoeuvre zijn been. Deze 'bohémien' (in de twee betekenissen van het woord), schrijver, wereldreiziger en detective liet zich door geen tegenslag ontmoedigen. De vraag 'Mag Kisch landen of niet?' was oorzaak van een politieke crisis in Australië. Kisch zette door en wist in Australië verschillende anti-fascistische toespraken te houden. Hij begreep de waarheid van Heines woorden: 'Dort wo man bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen'.
De 'razende reporter' doorzag ook de schone schijn, waar achter zich de harde werkelijkheid verbergt. Dit bleek wel bij zijn bezoek aan het schijnbaar vreedzaam boeddhistische Ceylon.

In 1926 ging Kisch met zijn moeder op vakantie naar Nederland; de vakantie verhinderde hem niet reportages te schrijven over zijn bezoeken aan o.m. Den Haag, Rotterdam, Alkmaar en Naarden, waar hij zijn Tsjechische achtergrond niet verloochende en op zoek ging naar het graf van Jan Amos Komenský (Comenius), de grootste Tsjechische emigrant naar Nederland. Ook in de jaren dertig bezocht Kisch Amsterdam, dat hem aantrok door zijn vele emigranten. 3)

Komisch theaterstuk

De veelzijdige Kisch heeft in 1920 ook een komisch stuk in drie acten geschreven, 'Die gestohlene Stadt' met de meesterdief 'Käsebier', een histroische figuur, als belangrijke held. De comedie speelt in Praag in het jaar 1756 in het bekende slot 'Hvìzda' (Ster) op de Witte Berg bij Praag. Koning Friedrich II van Pruisen belegert Praag en laat de wegens zijn sluwheid beruchte Käsebier uit de gevangenis halen om hem te helpen bij zijn belegering. De Pruisische koning bevindt zich in een hachelijke positie omdat een Oostenrijks ontzettingsleger onderweg is. Käsebier moet als spion fungeren om Praag in handen van de koning te spelen ('die gestohlene Stadt'). De koning heeft de meesterdief echter beledigd door te weigeren hem aan een koninklijke dis te laten deelnemen. Intussen naderen de Oostenrijkse troepen. Een trompetter van de Oostenrijkers meldt zich met een witte vlag nadat het leger van de Prusische koning op de vlucht is gejaagd. Het blijkt de vermomde Käsebier te zijn. De koning, opnieuw overtuigd van Käsebiers slimheid, wil hem in dienst nemen. Maar deze verkiest de vrede boven de oorlogszucht van de vorsten.
Alleen in het Tsjechisch verscheen zijn 'Zajatec Hitlerùv' (Hitlers gevangene). Na de brand in de Duitse Rijksdag in 1933 was Kisch als links journalist gearresteerd maar na een Tsjechoslowaaks protest weer vrijgelaten. In 'Abenteuer in fünf Kontingenten' klaagt Kisch de laffe moord oaan op de revolutionairen Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, een moord, die de eerste etappe vormde op de weg naar het nationaal-socialisme. Uit één van zijn laatste publicaties 'Karl Marx in Karlsbad' blijkt opnieuw hoe consciëntieus Kisch allerlei bronnen bestudeerde om een historisch verantwoord levensbeeld te schetsen.

De oorlog voerde hem via diverse omzwervingen naar Mexico. Hij werkte mee aan de in 1944 in Londen verschenen bundel 'Stimmen aus Böhmen'. In 1946 keerde Kisch terug naar Praag. Zijn laatste werk schreef hij in het Tsjechisch. De populaire reporter en vriend van Beneš overleed in maart 1948.

Noten
1) Vgl. Ahoj 118, mei 1996, blz 13
2) Vgl. J. Gruša, E. Kriseová en P. Pithart. 'Prag. Einst Stadt der Tschechen, Deutschen und Juden'. München, 1993
3) Vgl. de bundel van Duitse emigranten 'Sie Sammlung', een vertaaalde bloemlezing van artikelen van vooroorlogse emigranten, in 1983 uitgegeven bij Querido. Hierin een bijdrage van Kisch 'Emigrangen, op het ogenblik in Amsterdam'.


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl