Vertaalbureau
Diensten
Kennis
Tarieven
Contact
Cursus
Tsjechisch Intensief
Toetsenbord
Cultuur
Portretten
Kalender
Literatuur
Pantheon
Tsjechisch
Engels

www.tsjechisch.nl

Uittreksel

De meeste uittreksels komen uit Ahoj, het tijdschrift van de Vereniging Vrienden Nederland - Tsjechië & Slowakije, en zijn met toestemming van de auteur overgenomen.

Rindert Brouwer: Praag laat je niet los

Begraafplaatsen zijn geschiedenisboeken waarvan de bladzijden door elkaar zijn geraakt. Ze vertellen de geschiedenis van steden en gemeenschappen, van beroemdheden en gewone stervelingen, en tonen in miniatuur de verschilledne uitingen van kunst en cultuur.

Rindert Brouwer brengt de geschiedenis van Praag in kaart en ordent het stenen archief. Het levert boeiende verhalen op over heersers, stedenlingen, kunstenars en joodse Pragenaars die begraven liggen in de stad die je, zoals Franz Kafka schreef, 'niet loslaat'.

'Praag laat je niet los' voert u mee naar de St.-Vituskathedraal op de Praagse burcht waar de heersers van drie dynastieën begraven liggen en maakt u wegwijs in de wirwar van grafstenen op de Oude Joodse begraafplaats. Deze gids toont u de prachtige Jugendstil-grafmonumenten op Olšany, laat u kennismaken met de verschillende kunststijlen op de Nieuwe Joodse begraafplaats en wandelt met u langs de beroemde Tsjechen in Vyšehrad.

Zuzana Brabcová: Gevallen

Deze roman gaat over twee unieke mansen die zich proberen te verzetten tegen de banalisering en middelmatigheid. Hun levens stromen als twee ondergrondse rivieren door het boek: het leven van de patiënt Eman Podoba, de ongelooflijke dikzak die drie jaar geleden een klap met een knuppel op zijn kop kreeg, en het leven van Hana Matìjù, verkoopster in een zelfbedieningszaak, die op een ochtend in de lift van een flat vast komt te zitten. Beiden kunen de alledaagse werkelijkheid niet aan, beiden zijn niet opgewassen tegen de ongekende vrijheid die volgde op de omverwerping van het communistische bewind. In die nieuwe realiteit trachten zij tot de essentie van het leven terug te keren.

Gevallen is een sterk gelaagde, poëtische roman. Zuzana Brabcová maakt het de lezer niet makkelijk, ze provoceert zijn gevoel en verstand. Ze beantwoordt niet aan de gebruikelijke verwachtingen mar rekent op de intuitite en intelligentie van de lezer. Voor wie zich wil laten meeslepen door de schitterende taal, is het boek dan ook een literaire openbaring.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Helen Epstein: De couturiere

De dood van haar moeder was voor Helen Epstein aanleiding om een persoonlijk en historisch onderzoek te verrichten naar haar afkomst. Met de spaarzame familiedocumenten en de vele mondelinge overgebrachte verhalen van har moeder - die als enige van de familie de holocaust overleefde - reisde zij door Midden-Europa op zoek naar vergeten archieven en verhalen van overlevenden. De couturiere is het verslag geworden van deze zoektocht, waarin de boeiende levens van een aantal vrouwen uit haar familie voor hoot voetlicht worden gebracht. Vrouwen die als verstelster, naaister, maar ook als ontwerper van chique dameskleding kost verdienden. Zo is daar het verhaal van haar grootmoeder Pepi - een van de 'modernste vrouwen' in Praag die een eigen zaak had voor haute couture en die zich in 1910 liet scheiden van haar echtgenoot. Met behulp van aanvullende bronnen weet Epstein een fascinerend beeld te schetsen van ruim honderd jaar sociale geschiedenis in Tsjechië.

Jiří Gruša: Het vragenformulier

De Tsjechische uitgave draagt de titel 'Dotazník'. In het Tsjechisch heeft dat woord een sterk politieke associatie. In feite gaat het om een uitgebreid sollicitatieformulier waarin de werkzoekende gedetailleerd verslag moet doen van zijn heden, verleden en toekomst. Behalve de gebruikelijke vragenwoals wij die hier ook kennen (gezinssamenstelling, geboortedatum, woonplaats, vroegere werkzaamheden) is men ook verplicht kond te doen van zijn politieke overtuiging, nu en in het verleden, he men tegenover de hervomingspogingen van 1968 staat en stond, of men familieleden heeft die naar het Westen zijn 'geëmigreerd', of men kennissen in het Westen heeft, en zo voort. Een dergelijke vragenformulier is dus vooral bestemd om de loyaliteit van de betrokkene ten opzichte van de heersende

Bohumil Hrabal: Al te luide eenzaamheid

'Al te luide eenzaamheid' is het verhaal van een man die al vijfendertig jaar in het oud papier zit, en zijn handen letterlijk 'vuilmaakt aan de letteren'. Hij werkt in een kelder tussen aarden en onderwereld, tussen de heilige Drieéénheidskathedraal boven en de riolen waar ratten elkaar bestrijden beneden, tussen hemel en hel, licht en donker, op de grens. Deze filosoof van het ondergrondse Praag houdt lange lofredes op het boek, dat hij nochtans dag in dat uit moet vernietigen. Om een uitweg te vinden drinkt hij bier, en maakt hij van elke baal geplet papier een kunstwerk. Zo zoekt hij in de gore omgeving schoonheid .. en nog veel meer.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Bohumil Hrabal: Trouwpartijen

'Trouwpartijen', een damesroman, is de titel van het eerste deel van de trilogie die de Tsjechische auteur Bohumil Hrabal (1914 - 1997) over zijn leven schreef. Hrabal beschrijft wat hij in de jaren vijftig in een arbeiderswijk in Praag heeft meegemaakt. Hij laat die gebeurtenissen bekijken door de ogen van een jonge vrouw die hij in die tijd leerde kennen. Hrabal gebruikt haar schrijfstijl.
Deze vrouw, wier foto in het boek is opgenomen, zou later zijn vrouw worden.
Het verschoven vertelperspectief in Trouwpartijen levert een ironisch beeld van de schrijver zelf op.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Franz Kafka: Het slot

Franz Kafka, die eens tot de avant-garde behoorde, en een uiterst klein publiek had, is nu een van de meest gelezen schrijvers. Altijd weer beschrijft hij de strijd van de eenling tegen de alom tegenwoordige, nooit te ontkomen machten, die hem omringen. 'Het slot' kan op tal van manieren gelezen worden. Als de benauwende kracht van de mens die vermozeld wordt door de logge, onmenselijke bureaucratie; als een geniaal verbeelde angstdroom; wellicht leest men de roman het beste als een moderne 'goddelijke komedie' van de mens die worstelt om verloren gegange genade.

Franz Kafka: Het proces

Kafka's held uit Het proces komt langzaam maar zeker onder de zware druk van een geheimzinnige schuld, waarvoor 'goddelijke' detectives hem arresteren.
In hem voltrekt zich de strijd tussen genade en gerechtigheid; de mens die hij is gaat ten onder, maar een ondoorgrondelijk beginsel zegeviert. Of bedoelde Kafka toch nog iets anders? Het is dit raadselachtige, waarvoor elke lezer zijn eigen oplossing zal moeten zoeken, dat aan Het proces zijn grootheid en aantrekkingskracht verleent. Orson Welles, de bekende acteur, filmer en schrijver, heeft de verfilming van Het proces op zich genomen.

Franz Kafka: Een hongerkunstenaar en andere verhalen

In Een hongerkunstenaar maakt de lezer kennis met een groot aantal van Kafka's fascinerende en onvergetelijke verhalen, namelijk die welke tijdens zijn leven zijn gepubliceerd.
De wereld van Kafka is er een die nooit 'past' op de gewone, alledaagse werkelijkheid; zij is altijd 'anders', verwrongen en angstig. Elk moment gaat er iets gebeuren, elk moment kan de mens zijn schuld moten inlossen.

Ivan Klíma: Het eiland van de dode koningen

In het titelverhaal, 'Het eiland van de dode koningen', maakt de hoofdpersoon de balans van zijn leven op. Hij is een Tsjechische fabrieksdirecteur, rijk geworden onder het communistische regime. Met een vriendin, van wie hij niet echt houdt, is hij op vakantie in Griekenland. In de kranten volgt hij de gebeurtenissen rond de omwenteling in Praag en hij twijfelt tussen terugkeren of zijn vakantie voortzetten. Het wordt het laatste.
Op een onbewoond eiland, waar hij met de vriendin overnacht, overkomen hem de vreemdste dingen en heeft hij hallucinante ontmoetingen met een waarzegster, met zijn volgens berichten vermiste dochter, en met een vogel die zijn overleden ex-vrouw voorstelt.

In het verhaal 'De bril' verliest een jongeman in een hem onbekende stad zijn brilleglazen en gaat naar een opticiën. Deze eigenaardige, bedreigende man stuurt hem met zijn assistente naar de achterkamer, waar zij hem zal 'helpen'.
De wat gerimpelde assistente smelt zonder blikken of lbozen het montuur om tot een klompje metaal en zegt hem dat de wereld zo veel mooier is. Hij zal beslist gelukkig zijn met wat hij ziet. Waarna zij zich uitkleedt en zich tegen hem aandrukt; de rimpels ziet hij immers niet.

Een typische Klíma-bundel, met alle vertrouwde ingrediënten: een lichtelijk absurde situatie vermengd met een dreiging, komische effecten, een vrolijke toon, en uiteraard in elk verhaal een man, een vrouw en seks. Maar ook nieuwe elementen, zoals de dood, en de magisch-realistische sfeer. Eén verhaal bevat verwijzingen naar het postcommunistische tijdperk, maar de andere zes verhalen zijn tijdloze verbeeldingen van algemeen-menselijke situaties.

Ivan Klíma: Wachten op het donker, wachten op het licht

'Alles blijft bij het oude, alles blijft zoals het was'. Dit zou eigenlijk, de bijna hypochondrische ondertitel kunnen zijn van het boek 'Wachten op het donker, wachten op het licht' van de Tsjechische schrijver Ivan Klíma.
Het boek is de eerste roman die hij als voormalig dissident auteur en nu als politiek vrij man na de Fluwelen Revolutie in november 1989 schreef. Deze toelichtende woorden vloeien voort uit het bij tijd en wijle verbijsterende levensverhaal van de 65-jarige schrijver.
Klíma, uit Joodse ouders geboren in het democratische Praag van 1931, zag zijn jonge leven eerst geknakt door de meedogenloze nazi's. Hij zat als kind gevangen in Theresienstadt. Later waren het de communisten die hem het schrijven probeerden onmogelijk te maken.
'Wachten op het donker, wachten op het lilcht' verscheen in Tsjechië in 1993 en werd meteen vertaald in het Engels. Sinds eind 1996 is er een Nederlandse vertaling beschikbaar. Dat het boek zo snel vertaald is, heeft niet alleen te maken met het feit dat het te bestempelen is als Klíma's eerste 'vrije' roman, maar ongetwijfeld ook met de thematiek van het verhaal. Klíma confronteert de lezer met de psyche en het gedrag van een kunstenaar voor en na de politieke omwenteling. En ongemeen interessant onderwerp. Hoe gaat iemand om met een ingeperkte en weer verworven (artistieke) vrijheid?

Verder
Hoofdpersoon Pavel Fuka is een cameraman die, samen met zijn collega en vriend Petr, in 1968 een mislukte pogin
Zijn werk werd na de Praagse Lente van 1968 verboden en het land uitgesmokkeld zodat uitgevers in het buitenland het konden uitbrengen.g heeft ondernomen om het communistische Tsjechoslowakije te verlaten. Na voor deze vluchtpoging een jaar in de gevangenis doorgebracht te hebben, moeten beiden een antwoord zien te vinden op de vraag: 'hoe nu verder'?
Petr vrkoos om zijn politieke idealen trouw te blijven en zich niet te conformeren aan het totailitaire systeem. Hij neemt genoegen met de consequenties van zijn keuze: allereli inferieure baantjes om tenslotte onschadelijk 'opgeborgen' te worden als slotbewaarder in de provincie. Pavel kiest ervoor om een bekend filmer te worden bij de communistische staatstelevisie en moet dan ook alle gevolgen accepteren die daar aan verbonden zijn. Het niet kunnen filmen van de waarheid is niet de enige consequentie, ook het verlies van zijn vriendin aan Petr maakt daar deel uit.
Hoewel hij zich door zijn keuze heeft ontdaan van zijn politieke idealen blijven deze hem bij de uitvoering van zijn werk kwellen.
Zijn grootste wens is om een eigen film te maken over het onrecht in zijn land en temidden van de communistische televisieploet staat hij te boek als het 'enfant terrible'. Censors kinippen steeds vaker al te waarheidsgetrouwe scenes uit zijn reportages.
Privileges in overvloed, doch intense innerlijke onrust, ongelukkige liefdes en relaties kleuren de jaren na 1968 tot en met het ineestorten van het regime in 1989.

Mechanismen
Wanneer na dat laatste jaar het politiek klimaat veranderd is, kan Pavel de nieuw verworven vrijheid niet op dezelfde wijze ondergaan als zijn vroegere vrienden. Ook nu komen ze niet op die wijze tot elkaar zoals hij zou willen. Het gegeven dat hij voor de overheerser werkte blijft hem achtervolgen.
Een absurde speling van het lot leidt ertoe dat hij Petr moet accepteren als zijn baas bij de televisie. Met lede ogen moet hij aanzien hoe de nieuwe machthebbers (net als in 1968) zijn collega's vervangen. En hoe geld verdienen het enig zalig makende adagium wordt. Onrust blijft zijn gedachten en daden bepalen. Hoewel hij z'n wrk nu in alle vrijheid kan uitoefenen, bevredigt dit hem niet. In plaats van de vroegere censuur zijn weer andre regels en mechanismen in beeld gekomen. Een collega uit de oude tijd haalt hem uiteindelijk over een baan aan te nemen als mede-eigenaar van een reclamestudio. Een noodsprong, want het werk levert veel inkomsten op, maar geen artistieke voldoening.
De televisie (een aantal vroegere medewerkers) zendt een reportage uit van de eerste verjaardag van de nieuwe studio met daarin een geinterviewde Pavel als succesvolle ondernemr. Hij laat het ongeinteresseerd en passief over zich heen gaan. Hij kan niet anders. Ook nu hij vrij is om zin lang gekoesterde wens (zijn eigen film) in vervulling te laten gaan, is er een andere belemmering. 'Wachten op het donker, wachten op het licht': de film met zijn visie op de staat hoeft in de post-communistische republiek niet meer gemaakt te worden. Zo'n film is inmiddels totaal overbodig.
Pavel blijft eenzaam en rusteloos. Er is geen plek waar hij zich thuisvoelt en waar hij tot zichzelf kan komen. Tevergeefs op zoek naar iets.
Alles blijft bij het oude, alles blijft zoals het was. Voor hem is er niets veranderd.

Doodskus
Klíma beschrijft het leven van Pavel Fuka via verschillende verhaallijnen die regelmatich abrupt in elkaar overgaan Dat betekent dat je als lezer vaak moet schakelen en bepaalde passages moet 'hernemen' om te weten om welke persoon het gaat. Vooral bij de dialogen en flashbacks van Pavel met zijn vriendinnen komt dit veelvuldig voor. Ook het heden en verleden lopen in de vertellingen in elkaar over.
Die abrupte sprongen in het verhaal, soms ook als fimlscripts opgediend, zijn wellicht te zien als representatief voor een gemonteerde film.
Het inlassen van 'filosofische pauzes' door middel van vragen en antwoorden bemoeilijkt een vloeiende overgang in de tekst. Soms levert dat wel een mooie constatering. Bijvoorbeeld bij de vraag die hij op blz. 106 stelt: 'Wat is een foto?' En dan antwoordt hij: 'Een foto is een doodskus die voorwendt onvergankelijk te zijn'. Soms is er geen echte meerwaarde te onderkennen. Klíma stelt dan: 'Wat is het om vrij te zijn? Het wil zeggen dat je het recht hebt om ruimte af te bakenen voor je eigen daden. Wie geeft je dat recht? We worden ermee geboren' (blz. 82).

Paranoia
De uit eerder (in het Nederlands vertaald) werk van Klíma bekende dualistische begrippen als leugen en waarheid, leven en dood, droom en werkelikheid zijn alle ook in deze roman aanwezig en helder uitgewerkt.
Boeiend zijn de observaties van taferelen die zich op de Praagse Burcht afspelen. Het filmen van de demonstraties tegen het communistische bewind in al die jaren, het maken van een documentaire over de Semtexfabriek, het weergeven van de paranoia van president Husák, de waan die Klíma geraffineerd spiegelt aan de dementie van Fuka's moeder (moeder en president veranderen in marionetten), zijn even zovele fascinerende waarnemingen.
Overigens valt het op dat Klíma de stad Praag, waar het boek zich grotendeels afspeelt, niet bij namen noemt. Dat geldt eveneens voor de naam van de president. Hier veralgemeniseert hij de problematiek in het voormalige Oost-Europa op een bijzondere manier.
De teksten die gewijd zijn aan de vrouw die zijn grootste liefde was, krijgen een geheel eigen plaats in het verhaal. Deze lyrische beschouwingen geven de roman een extra symbolisch en poëtisch cachet. Volgens geliefde Albina is het leven wachten op het licht en niet op het donker. Omdat de ziel van Pavel donker is, mislukt hun relatie.

Invulling
'Wachten op het donker, wachten op het licht' is meer dan een roman die een portret schildert van een personage dat in politieke onvrijheid en vrijheid invulling aan zijn leven moet geven. Het verhaal schetst ook een genadeloze tekening van de voorbestemde onmacht die mensen in zich hebben om een echte invulling aan het leven te geven.
Een rode sportauto als surrogaat voor levensgeluk.
'Wachten op het donker, wachten op het licht' is een intrigerend, maar pessimistisch boek. De door Klíma in vrijheid geschreven roman is niet licht, maar donker.
De Nederlandse uitgever heeft een schitterende foto van Ural Människan gekozen voor de omslag van het boek: een naakte vrouw van achtern gefotografeerd, leuned uit een raam, wachtend op ...
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Ivan Klíma (Praag, 1931) verbleef tijdens de tweede wereldoorlog in het concentratiekamp Theresiënstadt. In de jaren vijftig studeerde hij Tsjechische taal- en letterkunde en begon in 1959 met het schrijven van prozawerken en toneelstukken. Hij maakte deel uit van de redactie van het literiare weekblad Literární noviny en nam actief deel aan de liberalisering tijdens de Praagse Lente. Na de Russische inval van 1968 werd hij getroffen door een publikatieverbod: gedurende twintig jaar kon zijn werk uitsluitend in het buitenland verschijnen. Sinds de 'fluwelen revolutie' van 1989 kan Klíma's werk in eigen land weer uitkomen en speelt h ij een hoofdrol in de nieuwe schrijversbond.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Hans Krijt: Enkele reis Zaandam - Praag

Hans Krijt (1927) deserteert in 1948 uit het Nederlandse leger - hij wil per se niet deelnemen aan de politionele acties in het toenmalig Nederlands-Indië. Via connecties in communistische kringen weet hij via Brussel en Parijs Praag te bereiken, niet beseffend dat hij in die stad meer dan een halve eeuw zal doorbrengen.

Hij leert er vele schrijvers en kunstenaars kennen (onder wie Havel en Hrabal) en trouwt met de latere hoogleraar en vertaalster Olga Krijtová (in 1969 winnares van de Martinus Nijhoff-prijs).

In dit boek blikt Krijt terug op zijn linkse jeugd in Zaandam en op de bezettingsjaren. Maar vooral geeft hij een aangrijpende beschrijving van veertig jaar communisme, met inbegrip van de Praagse Lente en de val van de Muur. Zijn memoires zijn een ode aan de kracht en eigenzinnigheid van die kunstenaars die zich ook onder de meest deprimerende omstandigheden wisten te handhaven.

Eda Kriseová: De Gebroeders

'De Gebroeders' is het verhaal van twee boerenzoons, die door hun aard, hun afkomst en de omstandigheden in het communistische Tsjechoslowakije niet bij machte zijn even doelgericht en aangepast te leven als mensen om hen heen. Zij zijn dromers en koesteren onmogelijke illusies.
De een, een luchthartige rokkenjager, houdt zich staande door de gedachte dat hij eenmaal naar Amerika zal ontsnappen, maar alle pogingen daarote mislukken. De ander, die in z'n jonge jaren nooit een vrouw heeft kunnen krijgen, vernietigt het geluk dat hem op latere leeftijd ten deel valt.

Eda Kriesová (Praag, 1940) werkte tot 1968 als succesvol journaliste. Zij kreeg na het beëindigen van de Praagse Lente een beroepsverbod opgelegd en deed daarna vrijwilligerswerk in een gekkenhuis. Die ervaringen inspireerden haar tot het schrijven van de verhalenbundel 'Wat gebeurde er in het gekkenhuis' (Nederlandse vertaling 1991, uitgever Prometheus).
Ook schreef zij tijdens de normalisatie-periode toeristische gidsen over Praag onder pseudoniem.
Na de Fluwelen Revolutie werd Kriseová adviseur van president Havel. Vanaf 1992 is zij fulltime schrijfster.

Van de hand van Kriseová verscheen eveneens een biografie van 'Václav Havel' (Nederlandse vertaling 1992, uitgever De Prom).
In de bundel 'Tsjechoslowakije, verhalen van deze tijd' (uitgegeven door Meulenhoff in 1991) is haar verhaal 'Het Stadje' opgenomen.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Milan Kundera: De Afscheidswals

In 'De afscheidswals' beeldt een verpleegster in een kuuroord, Růžena, zich in dat ze zwanger is met de beroemde trompettist Klíma en ziet in de seksualiteit haar mogelijkheid om zich te bevrijden. Al snel zal blijken dat de vrijheid waarnaar zij velangt, nog de vrijheid die hij wil behouden, bestaat. De trompettist is namelijk een geestelijke gevangene van zijn jaloerse echtgenote. Terwijl beide hoofdpersonages hun spel van bedrog spelen, worden beide onderwerpen - ongewild vaderschap en gewild moederschap - twee totaal oncontroleerbare krachten, die het leven van iedereen in het boek gaan beheersen.
De mensen die Kundera beschrijft bedienen zich van alle mogelijke en fantastische middelen om hun eigen lot te manipuleren. Terwijl Sartre en Malraux in hun romans een reeks stellingen over het menselijke lot ontwikkelen, stelt Kundera een serie vragen die tot in het komische worden doorgetrokken. Bij voorbeeld zoals dr. Škréta die het algemene welzijn dient door de zogenaamd onvruchtbae vrouwen, die voor genezing naar het kuuroord zijn gekomen, heimelijk met een injectienaald zijn eigen sperma in te spuiten. Paradoxaal is dat juist deze dokter, die vastbesloten is om zoveel mogelijk leven te schenken, onbewust de oorzaak wordt van de dood van de verpleegster. De personages worden achtervolgd door spijt over verloren kansen. Maar zodra het hen lukt om die kansen te grijpen, blijkt dat de oorspronkelijk inhoud is verdwenen. Alle figuren leven in een klucht, waaruit ze niet kunnen ontsnappen.
Bron: Jana Beranová en Kees Mercks: Moderne Tsjechische literatuur

Milan Kundera: De grap

'De grap' is veel wreder dan 'Lachwekkende liefdes' en reikt ook veel verder. De grap is een confontatie met politiek, liefde en dood op zeer discrete, bijna elementaire wijze. Het is een pijnlijke liefdesgeschiedenis rond een jong meisje Lucie, dat niet onder doet voor de grote personages van Dostojevski. Lucie wordt in haar liefde beledigd en vernederd - een van de thema's die als een rode draad door het hele oeuvre van Kundera loopt. En de jongeman wordt in politiek en menselijk opzicht geruineerd. De oorzaak van de tragedie is een grap, zoals de titel al deed vermoeden. Aan het slot zegt de hoofdfiguur: 'Heel mijn leven is begonnen met een slechte grap.'
Kundera hekelt de stalinistische geborneerdheid en laat de jongeman Ludvík aan zijn non-achtige, communistisch orthodoxe vriendin Markéta als een grap een ansichtkaart sturen met de woorden: 'Optimisme is het opium van de mensheid. Een gezonde geest stinkt naar domheid. Leve Trotski!' Hij wil haar in feite alleen maar kwetsen in haar stalinistische gedachten, vooral omdat ze naar een vakantiekamp is gegaan in plaats van met hem erotische spelletjes te spelen. De kaart valt echter in andermans handen en Ludvík wordt op gbrond van zijn trotskistische afwijkingen uit de studentenbond gestoten en moet als straf voor een bepaalde tijd in de kolenmijnen werken. Wanneer hij terukeert, verleidt hij bij wijze van wraakzuchtige grap de vrouw van de man die hem zo wreed vervolgde. En wat blijkt: de man zat allang op een misstap van zijn vrouw te wachten. Het is de ironie van het lot. De lachwekkendheid van de geschiedenis, de tragedie van hem die het slchatoffer wordt van zijn eigen grap.
Bron: Jana Beranová en Kees Mercks: Moderne Tsjechische literatuur

Milan Kundera: De traagheid

Milan Kundera (in 1981 tot Fransman genaturaliseerd) schreef zijn nieuwste roman 'De traagheid' rechtstreeks in het Frans. Enige tijd was er onduidelijkheid bij welke Nederlandse uitgever de vertaling van 'La lenteur' zou uitkomen. Uiteindelijk is die verschenen bij uitgeverij Ambo, Kundera's uitgever in Nederland sinds 1984.
'De Traagheid' gaat over het verdwijnen van de traagheid in een door de technologie en het 'technologische denken' opgezweepte tijd, warin iedereen altijd haat heeft.
'Pourquoi le plaisir de la lenteur a-t-il disparu?' vraagt de schrijver zich heel in het begin van het boek af, als hij met zijn vrouw naar een tot luxe hotel verbouwd kasteel buiten Parijs rijdt en hij in zijn achteruitkijkspiegel een automobilist ontwaart die er maar niet in slaagt hem te passeren.
Zoals vaker bij Kundera speelt het verhaal zich af in twee verschillende tijden die lekaar aan het slot ontmoeten. Ook in deze roman treedt de schrijver zelf als personage op (Milanku).
Op de van hem bekende manier - door reflecties als het ware in verhalen te laten overgaan, en omgekeerd - vertelt Kundera over wat hem in dat kasteel aan eigentijds gedrag opvalt van een stel congresserende entomologen, in het bijzonder van een geleerde Tsjech, die de dissident uithangt, terwijl hij eigenlijk een meeloper was. Die vaak ironische passages toont Kundera in de spiegel van een andere tijd, de tijd van de achttiende eeuw.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Milan Kundera: Het boek van de lach en de vergetelheid

Het boek bestaat uit zeven op zichzelf staande verhalen, die variaties zijn op dezelfde thema's, de lach en de vergetelheid.
De hoofdfiguur Tamina, een emigrante wier man in het buitenland is overleden, probeert haar dagboeken uit Tsjechoslowakije te krijgen, omdat haar eigen geheugen in de loop van de tijd faalt. Ook de andere personages gaan gebukt onder de last van het verleden en staan voor het dilemma: in hoeverre moet je je het verleden herinneren, wanneer het alleen maar schril afsteek met het vervreemde heden? En waar ligt de grens waarop de lacht werkelijk bevrijdt en geneest?
De lach, vooral de provocatieve lach fascineert Kundera. In 'Het boek van de lach en de vergetelheid' heeft de duivel de lach uitgevonden. Hij spot met onredelijke dingen. Met dingen die plotseling beroofd zijn van de veronderstelde betekenis, van de plaats die ze in de vermeende orde der dingen hebben gekregen, zoals de marxistische functionaris die in horoscopen bleek te geloven. De duivel wijst op de onzinnigheid van dingen, terwijl de engel zich erover verheugt dat op deze wereld alles verstandelijk geregeld, goed bedacht, mooi, rechtschapen en zinvol is.
De twee extremen, het absolute schepticisme en het absolute fanatisme, zijn beide s ituaties waarin men niet kan leven. Het absolute maakt alles kapot. Dit is misschien het allerbelangrijkste dat uit deze roman, nog sterker dan in voorgaande boeken, naar voren komt.
Bron: Jana Beranová en Kees Mercks: Moderne Tsjechische literatuur

Milan Kundera: Het leven is elders

'Het leven is elders' vertelt over e en verstikkende moder-en-zoon-relatie. Het is het cynisch-ironische relaas van de opkomst en ondergang van het moederskindje Jaromil dat bij zijn geboorte al tot dichter werd uitgeroepen en dat onmachtig is de liefde anders te bedrijven dan in de pseudo-lyriek die hij schrijft. De moeder controleert alles, hoe haar zoon opgroeit, hoe zijn dichterschap zich ontwikkelt, ze legt zelfs elke dag zijn ondergoed klaar, lelijke onderbroeken met wijde pijpen die Jaromil verafschuwt, maar waaraan hij niet kan ontkomen. De moeder is sterk vergelijkbaar met de ijzeren greep die de Tsjechoslowaakse staat op de kunstenaars heeft. Jaromils kansen op een vrije ontwikkeling worden steeds kleiner, een reden waarom hij zich steeds radicaler en absoluter wil gaan gedragen, de held wil uithangen om steeds opnieuw een nederlaag te ervaren.
Alleeen in zijn droomwereld - in zijn tweede ik Xaver - maakt hij zich waar. Ten eerste als held die durft, ten tweede als minnaar, en dan vooral van rijpe vrouwen.
Bron: Jana Beranová en Kees Mercks: Moderne Tsjechische literatuur

Milan Kundera: Lachwekkende Liefdes

Alles draait om het spel, de fantasie als middel om tenminste voor even aan de verstikkende orde te ontkomen. Maar het zou Kundera niet zijn als hij met dit spel niet weer een ander spel of grap zou uithalen. Het leven is namelijk wreed en een verzonnen grap, een spelletje, loopt altijd uit de hand en slaat zijn eigen weg in om zich tegen de maker ervan te keren. De situatie eindigt steeds met de keerzijde van de medaille: Een jongen die zich als atheist voordoet om een zeer vroom meisje te verleiden, boezemt het meisje - na zijn overwinning - alleen maar afkeer in op het moment da hij God wil leren kennen. Of neem de twee verliefden die spelen dat ze aan het liften zijn en tijdens het liften elkaar verleiden. In een bizar spelletje veranderen ze uiteindelijk niet alleeen de richting van hun reis, maar ook de richting van hun liefde. Ze spelen een heel andere relatie dan die ze oorspronkelijk hadden, namelijk cynische erotiek zonder een zweem van liefde en gevoeligheid. En het mechanisme van het spel wordt ten slotte zo sterk dat ze niet meer terug kunnen.
Bron: Jana Beranová en Kees Mercks: Moderne Tsjechische literatuur

Milan Kundera: Verraden Testamenten

In een bundel van acht essays beschrijft Kundera de geschiedenis van de roman en probeert hiermee zijn stelling dat literatuur autonoom is, te onderbouwen. Je moet literatuur lezen zoals het is geschreven.
Volgens Kundera wordt literatuur, en ook muziek, vaak door bewerkers of vertalers misvormd ten behoeve van de publieke smaak. Het worden verraden documenten.

De vele historische voorbeelden en anekdotes waarmee Kundera zijn stelling illustreert, zijn boeiend leesvoer. Zijn lievde en bewondering voor de auteurs en componisten (Kundera vergelijkt de ontwikkeling van de roman met de geschiedenis van de klassieke muziek) die hij heeft geselecteerd, maken de polemieken met het verleden interessant.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!

Ludvík Vaculík: De bijl

Het is een sterk autobiografisch werk, het beschrijft de ik-figuur als redacteur bij de krant. Ook in deze roman komt een 'affaire' voor: de dood van een meisje, waarbij de redacteur zich niet wenst neer te leggen bij de officiële redactie van het gebeuren maar zelf op zoek gaat naar de werkelijke motieven en omstandigheden. Dat brengt hem in conflict met zijn superieuren. Hij verdedigt zich met een analyse van de tijd, van de algehele verloedering en verkwanseling van de oude waarden en beginselen waarvoor de overheid liever de ogen sluit. Hij doet dat aan de hand van de ontwikkeling die zijn vader, een trouw communist, doormaakte.
Bron: Jana Beranová en Kees Mercks: Moderne Tsjechische literatuur

Ludvík Vaculík: Quinese biggetjes

In 1970 voltooide Vaculík zijn manuscript van Guinese biggetjes. Ook in deze roman zijn enige autobiografische elementen: de ik-figuur is nu ingezetene van Praag, zijn eega is schooljuffrouw, ze komen uit de provincie, hebben twee zoons en Guinese biggetjes, misschien ook wel een poes. Maar in tegenstelling tot de situatie in De bijl gaat het hier niet om een evaluatie van Vaculíks persoonlijke leven, maar in eerste instantie om een ardige roman te schrijven over een willekeurige huiselijke situatie. In het nawoord bij de Nederlandse vertaling zegt Vaculík zelf hierover: 'Ik ben het als een goedaardig, luchtig en grappig verhaal begonnen, bijna als een kinderboek. Wanneer het een andere wending nam, dan is dat gebuerd onder invloed van de omstandigheden die me te machtiging werden, bij voorbeeld onder invloed van die talrijke verhoren waar ik liever niet heen was gegaan en waar ik zeer tegen mijn zin moest verschijnen.'
De overige omstandigheden in de roman zijn dan ook geheel anders. De vader werkt op een bank en noemt zich ironisch 'bankier'. Zijn collega Karásek, met wie hij bankbiljetten op nummer legt -, fokt Guinese biggetjes, maar zoals later blijkt niet uit dierenliefde, maar om ze aan een marter te voeren. Hij is slachtoffer van een morele crisis. Een andere collega is de ouda man, ir. Chlebeček, zo oud dat hij nog weet wat het kapistalisitische lommerdsysteem inhoudt. Zijn enige bestaansrecht op de bank is dat zich af en toe iemand van het ministerie van buitenlandse handel bij hem vervoegt om zich hierover te laten informeren. Deze Chlebeček komt plotseling met een heel eigen theorie over de economische cirisis, namelijk dat er voortduren geld verdwijnt in een geheim circuit (een actueel onderwerp derhalve), geld dat door de bedrijfspolitie aan de 'bankiers' word ontfutseld en 'nergens' blijft.
Bron: Jana Beranová en Kees Mercks: Moderne Tsjechische literatuur

Michal Viewegh: Te gekke jaren

In de roman 'Te gekke jaren' schetst Viewegh, via de autobiografie van Kvido die al in de baarmoeder schrijver wilde worden, hoe het communistische regime een gedrag bij de burgers oproept dat niet strookt met de neigingen die ieder persoon van nature heeft.
Met humor en ironie wordt het effect getoond van een overheersende politieke ideologie op het dagelijkse leven van mensen.

Michal Viewegh (Praag, 1962) studeerde aan de Hogere Economische School te Praag. Hij brak zijn studie af en werkte twee jaar als nachtwaker. In de jaren tachtig studeerde hij Tsjechische taal- en letterkunde. Zijn baan als leraar gaf hij op voor een redacteurspost bij de uitgeverij Ceský Spisovatel en begon met schrijven. Sinds 1995 leeft hij van zijn pen. Viewegh schrijft o.a. feuilletons in het dagblad Mladá Fronta/Dnes. In 1993 ontving hij de Jirí Orten-prijs.
Bron: Marijke van Dorst, Ahoj!


www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl